Ruimtelijke Ordening | Vastgoedplatform
Vastgoedplatform

Tag Archive

Amsterdam Antwerpen appartement architecten Batibouw bouw bouwen bouwgrond bouwsector bouwvergunning Brugge Brussel btw confederatie bouw crisis Gent grond- en pandendecreet huis huizenmarkt huur huurder huurprijs hypotheek leegstand lening Limburg makelaar Nederland nieuwbouw prijzen Rotterdam sociale woningen vastgoed vastgoedbevak vastgoedmarkt Verenigde Staten verkoop Vlaanderen wonen woning woningbouw woningcorporaties woningen woningmarkt zonnepanelen

Vlaming lijkt klaar om tegen 2050 compacter te wonen

Kleinere woningen, geen privétuin, werken en winkelen op fietsafstand. Als we onze ruimte niet willen verkwanselen, leven we in 2050 een stuk compacter. Een enquête laat uitschijnen dat de Vlaming er klaar voor is, schrijft onder andere De Morgen.

De Vlaamse regering werkt aan een nieuw Beleidsplan Ruimte Vlaanderen en wil daarvoor de mening van de Vlamingen kennen. Honderd experts uit het maatschappelijke middenveld (ondernemingen, vakbonden, natuurorganisaties, landbouw) konden in december brainstormen over het thema. Uit hun bevindingen werd het toekomstbeeld gedistilleerd: compact, nabij en duurzaam. Het morsen met ruimte moet verleden tijd zijn.

Draagvlak
De overheid vroeg vervolgens aan duizend burgers hun mening en uit de resultaten blijkt het mee te vallen met het draagvlak voor een strakkere ruimtelijke ordening. Een ruime meerderheid (77 procent) is ervoor te vinden dat winkels, werk, sport en scholen op wandel- of fietsafstand gelegen zijn. Bijna negen op de tien keuren het idee af dat “iedereen overal moet kunnen bouwen”. Twee op de drie zijn voor overheidsregels inzake bouwen.

Positief
“Uit deze enquête leren we dat de Vlaming positief is”, zegt Mie Van den Kerchove, woordvoerster van het departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed (RWO), dat het beleidsplan voorbereidt. De ideeën gaan mee in de aanloop naar het beleidsplan. Eind dit jaar komen de eerste bevindingen in een groenboek. De Vlaamse minister van Ruimtelijke Ordening Philippe Muyters (N-VA) wil tegen het einde van de bestuursperiode de krijtlijnen trekken. Het nieuwe Beleidsplan Ruimte opstellen, is dan voor zijn opvolger.

Bron: Het Laatste Nieuws

Edegem werkt aan specifieke ruimtelijke oplossingen

De deputatie van de provincie Antwerpen gaf zijn goedkeuring aan twee ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP) van de gemeente Edegem. Edegem wil met deze RUP’s een oplossing bieden aan specifieke ruimtelijke knelpunten.

RUP ‘tuincentrum’
Het ruimtelijk uitvoeringsplan ‘tuincentrum’ zorgt ervoor dat het tuincentrum aan de Drie Eikenstraat kan uitbreiden, verduidelijkt Koen Helsen (open vld), gedeputeerde voor ruimtelijke ordening. Zij zullen oa. in de toekomst hun parkeerterrein kunnen vergroten, waardoor er niet meer zal moeten geparkeerd worden op openbaar domein. Op de gronden waar momenteel de moestuin gelegen is, komen serres; de woning op het aanpalend perceel wordt afgebroken en terug opgebouwd langsheen de Drie Eikenstraat.

RUP ‘Groot-Molenveld’
De gemeente Edegem wil op de Indika-site, gelegen aan de Prins Boudewijnlaan, een deel van haar diensten onderbrengen. Het gaat hier om niet-loketgebonden diensten zoals ondermeer opslagplaatsen. Hiervoor moet de bestemming van deze site omgezet worden naar zone voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. Tevens zal een deel van de site verhuurd worden voor bedrijven als private kantoorruimten. Het gedeelte waar momenteel het containerpark op gevestigd is zal niet gewijzigd worden.

Deze twee ruimtelijke uitvoeringsplannen bieden een oplossing aan enkele zeer lokale knelpunten in de gemeente Edegem, besluit Koen Helsen.

Bron: Provincie Antwerpen

Ruimtelijke ordening krijgt klappen

Riek Bakker 150x150 Ruimtelijke ordening krijgt klappenGebiedsontwikkelaars moeten zich niet laten ontmoedigen door de economische recessie, vindt stedenbouwkundige Riek Bakker (65).

Zij is een van de prominenten uit de bouwwereld die tijdens de vijfde Nationale Conferentie Gebiedsontwikkeling, die woensdag in Utrecht wordt gehouden, haar visie geeft op de huidige gebiedontwikkeling. Dagblad Cobouw sprak met haar aan de vooravond van de conferentie.

De politieke situatie in Nederland lijkt zich drastisch te wijzigen; verwacht u gevolgen voor gebiedsontwikkelaars?
“Nee, ik verwacht niet dat de gewijzigde politieke omstandigheden extra problemen gaan opleveren voor gebiedsontwikkeling. Het is een goed instrument en dat zul je linksom of rechtsom moeten gebruiken. Daar ontkomt de politiek niet aan. Ik verwacht eerder dat er problemen zullen ontstaan door de economische crisis. Er moet 35 miljard euro worden bezuinigd. En daarvan zal de ruimtelijke ordening klappen krijgen. Bijna iedere vier jaar worden er sleutelprojecten benoemd en ik ga ervan uit dat daarvoor veel minder geld beschikbaar komt.”

Kunnen gebiedsontwikkelaars daarop anticiperen?
“Zeker, ze moeten slimmere manieren bedenken om geld te krijgen voor gebiedsontwikkeling. Dat vraagt om creativiteit. Het is niet langer vanzelfsprekend dat er geld beschikbaar komt voor vastgoed. Daarom moeten we financiële mogelijkheden creëren om gebiedsontwikkeling mogelijk te maken.”

Is het daarvoor niet te laat? De recessie is uiteindelijk in volle gang.
“Juist niet. Dit is het moment om op zoek te gaan naar nieuwe verdienmodellen. We moeten zeker niet ophouden met het ontwikkelen van gebieden. Dan leg je het hoofd in de schoot en daar bereiken we niets mee.”

Aan welke slimme strategie denkt u?
“Tot nu wordt voor de financiering van projecten vooral gekeken naar vastgoedpartijen. De tijd van de traditionele gebiedsontwikkeling waarbij vooral de woningbouw een belangrijke rol speelt, is echter voorbij. De woningbouw is niet meer wat het was en ik verwacht ook niet dat die branche zich snel zal herstellen. Dus moeten we naar andere sectoren uitkijken. Daar kunnen goede resultaten uit voortkomen. Ik stel voor om andere ondernemers te benaderen. Denk daarbij aan recreatiebranche en de infrasector. Die bieden nog voldoende mogelijkheden voor samenwerking.”

Dus eigenlijk biedt de economische recessie nieuwe kansen voor gebiedsontwikkelaars?
“Als we het slim aanpakken zeker. Inbreiding en de ontwikkeling van stadsranden kunnen daarbij een belangrijke rol gaan spelen. ”

Hebben die dan minder te lijden onder de recessie?
“De woon- en leefomgeving staat hoog op de politieke agenda en daarvan kunnen we bij gebiedsontwikkeling gebruikmaken. Bijvoorbeeld door inbreiding en natuurontwikkeling aan elkaar te koppelen. Je kunt natuur zo aanleggen dat rond de stad recreatiemogelijkheden ontstaan. Dat betekent dan wel dat er ook infrastructuur moet worden aangelegd. Dat is dan meteen een goede reden om de stadsranden aan te pakken en daartoe allianties te sluiten.”

Kunt u een voorbeeld noemen?
“Ik denk aan Midden Delfland. Die gemeente heeft er doelbewust voor gekozen om zuinig te zijn op de natuur. Waar andere gemeenten kiezen voor bouwen, kiest die gemeente voor het versterken van de groenstructuur. En daarbij wordt zowel samengewerkt met de recreatiebranche als met de agrarische sector. Ik zie veel in die samenwerking. Het leidt tot een grotere wisselwerking tussen het platteland en de stedelijke gebieden. Daar kunnen gebiedsontwikkelaars hun voordeel mee doen.”

Riek Bakker denkt dat in de toekomst vaker zal worden samengewerkt tussen de gebiedsontwikkelaars en de agrarische sector. Op het congres gaat ze vooral in op inbreiding en ontwikkeling stadsranden.

Dbfmo-projecten van RGD
Stedenbouwkundige Riek Bakker is directeur van Riek Bakker Advies en medeoprichter en partner van BVR, het adviesbureau voor stedelijke ontwikkeling, landschap en infrastructuur. Ze was de drijvende kracht achter de ontwikkeling van de Kop van Zuid in Rotterdam en de Vinex-wijk Leidsche Rijn in Utrecht. Bakker was tussen 1997 en 2003 hoogleraar stedenbouwkunde aan de Technische Universiteit Eindhoven. Zij was daarvoor directeur Stadsontwikkeling van de gemeente Rotterdam (1986-1991) en vervolgens directeur van de Rotterdamse dienst Stedebouw en Volkshuisvesting (1991-1993). Vanwege haar bijdrage aan de Nederlandse stedenbouw werd haar in 2006 door de Rijksuniversiteit Groningen de Aletta Jacobsprijs toegekend. Ze was voorzitter van de Adviescommissie Gebiedsontwikkeling van het ministerie van VROM.

Bron: Cobouw

Bijkomende woongelegenheid te Mortsel

Het ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) dat de stad Mortsel opmaakte voor de site langsheen de Roderveldlaan en de Lode Vissenaekenstraat werd door de deputatie van de provincie Antwerpen goedgekeurd. Daarmee kan de huidige parking van Agfa Gevaert omgezet worden naar woonzone.
‘Door tal van reorganisaties en herschikkingen van de bedrijfsactiviteiten heeft Agfa Gevaert de parking op de grens van het district Berchem niet meer nodig. Het meerendeel van de tijd staat de parking leeg’, aldus gedeputeerde Koen Helsen (open vld), bevoegd voor ruimtelijke ordening.

Mortsel wil van deze gelegenheid gebruik maken om de woongelegenheid van haar stad uit te breiden. De parking zal woonzone worden, met bebouwing die aansluit op de bouwprofielen van de Fruithoflaan. Dit alles met de nodige aandacht voor groene ruimten.

‘Met dit ruimtelijk uitvoeringsplan geeft de stad Mortsel een doordachte invulling aan een gebied dat momenteel in onbruik is’, besluit Koen Helsen.

Bron: Provincie Antwerpen

Nieuwe pocket ruimtelijke ordening

De Vlaamse architectenorganisatie helpt architecten bij het indienen van een stedenbouwkundige vergunning.

Sinds 1 september 2009 is de Codex Ruimtelijke Ordening in werking. Hoewel de Vlaamse Overheid met de vernieuwingen een vereenvoudiging en een transparantere procedure proberen te beogen, blijft het toch nog een complexe materie. NAV, de Vlaamse Architectenorganisatie, en GSJ-advocaten, gespecialiseerd in ruimtelijke ordening, probeert de moeilijke procedure uit te leggen in een nieuwe NAV-pocket.

cover pocket RO Nieuwe pocket ruimtelijke ordeningDe Vlaamse Regering brengt een aantal vernieuwingen aan de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Voornamelijk de procedure voor vergunningen, planologie en handgavingen werden onder handen genomen door de Vlaamse Overheid.

Het indienen van een stedenbouwkundige vergunning werd er zeker niet gemakkelijker op. Meer en meer paparassen zijn noodzakelijk en ook de procedure is niet efficiënt. Zelfs voor professionelen, zoals architecten, is het indienen van een stedenbouwkundige aanvraag een lastige karwei.

Handleiding van een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning
NAV, de Vlaamse Architectenorganisatie en GSJ-advocaten sloegen de handen in elkaar om deze ingewikkelde procedure samen te vatten in een handige praktijkgids. Deze realisatie vormt een rode draad doorheen de procedure. Gedurende de 40 pagina’s gaat men na welke constructies en handelingen vergunningsplichtig zijn, alsook wordt de procedure grondig beschreven. De pocket biedt een antwoord op volgende vragen: Wanneer is een stedenbouwkundige vergunning noodzakelijk? Hoe ik een aanvraag opmaken en indienen? Welke procedures moet ik volgen om de aanvraag correct in te dienen? Wat is een regularisatievergunning en wat omtrent de procedure ervan? Per hoofdstuk worden ook de aandachtspunten nog even benadrukt.

NAV-leden kunnen de pocket gratis ontvangen op een eenvoudig verzoek. Niet-NAV-leden kunnen de pocket bestellen via de NAV-website.

De pocket werd gerealiseerd in samenwerking met Recticel Insalution.

Bron: NAV

Strenge ruimtelijke ordening maakte ouderen rijker

De jongste tien jaar werd de bouwgrond in Vlaanderen driemaal duurder. In Wallonië werd bouwgrond in de jongste 35 jaar slechts 2,5 maal duurder. De grondprijzen stijgen ook sterker dan de woningprijzen in Vlaanderen. Door die dure grondprijzen zijn de ouderen in het Vlaamse Gewest steeds rijker geworden, schrijven de Corelio-kranten.

Geldstromen van jong naar oud
De verklaring voor de hogere grondprijzen in Vlaanderen moet gezocht worden in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, zegt een studie van het Centrum voor Sociaal Beleid van de Universiteit Antwerpen. Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen wilde de schaarse open ruimte behouden. Sindsdien is de voorraad bouwgrond beperkt en steeg de prijs ervan snel. De dure bouwgrond is vooral in handen van ouderen en wordt gekocht door jongeren. Dat zorgt voor geldstromen van jong naar oud.
 
Aanzetten tot verkopen
Maar aangezien jongeren haast onmogelijk nog op eigen kracht een woning kunnen verwerven, worden ze financieel bijgestaan door hun ouders, zodat een omgekeerde geldstroom ontstaat, die vroeger meer via erfenissen verliep, aldus Karel Van den Bosch van het Centrum voor Sociaal Beleid. Om de grondprijzen wat minder snel te laten stijgen en de jongeren een dienst te bewijzen, zou de overheid de eigenaars -gezinnen en openbare besturen – van de 844.000 vrije bouwgronden beter aanzetten hun ’slapend vermogen’ te koop te stellen, aldus Vanden Bosch. (belga/odbs)

Bron: Het Laatste Nieuws

Om de vijf jaar nieuwe planning ruimtelijke ordening

Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening Philippe Muyters wil een meer dynamische planning van de ruimtelijke ordening. “Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen is te rigide en laat weinig ruimte voor nieuwe maatschappelijke evoluties. Ik wil komen tot een nieuwe strategische planning om de vijf jaar, waarbij we rekening houden met de actuele noden én ook kijken naar de langere termijn”, zegt hij in een gesprek met de redactie.

De beleidsnota ruimtelijke ordening van minister Philippe Muyters was de laatste die werd goedgekeurd door de Vlaamse regering. Er was veel discussie. Nu zit iedereen op dezelfde golflengte.

Philippe Muyters: “We moeten ons aan de decreten houden. Inzake ruimtelijke ordening zijn dat de codex ruimtelijke ordening die sinds 1 september van dit jaar in voege is en vooral het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Maar dat RSV dateert al van 1997. Ondertussen zijn we 12 jaar verder, hebben we met een aantal nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen te maken en staan we voor een nieuwe reeks uitdagingen, zoals gezinsverdunning, vergrijzing en klimaatverandering waarmee we ook in de ruimtelijke ordening rekening moeten houden. Structuurplannen zijn te rigide. We moeten evolueren naar een dynamische planning waarbij we om de vijf jaar de zaken herbekijken. Ik zou het een ’scenarioplanning’ willen noemen waarbij we de indeling van de ruimte benaderen vanuit een nieuwe filosofie.”

Dat klinkt theoretisch. Maar Philippe Muyters heeft ook concrete ideeën over hoe hij dat wil bereiken. Dit zijn de klemtonen:

Partnerschap
Philippe Muyters: “Ruimtelijke ordening dicteert zich niet van bovenaf, maar wordt gemaakt door de maatschappij en maatschappelijke processen. Economie, natuur, vrije tijd, landbouw, winkelen… Voor alles is er ruimte nodig, iedereen wil meer ruimte. De vraag naar ruimte is groter dan er ruimte is. Ik zou wel willen, maar dat kan niet. Daarom willen we werken met wat we het partnerschapsmodel noemen. Voor we beginnen met plannen, willen we alle betrokken actoren rond dezelfde tafel samenbrengen en zoeken naar een consensus. Pas nadat die consensus er is, begint men met de uitwerking van de plannen.”

Betrokkenheid
“Ook de burgers zullen sneller geïnformeerd en betrokken worden. Nu gebeurt dat veelal pas op het einde van het planningsproces. Dat zorgt voor veel vertraging wanneer we bijvoorbeeld een stationsomgeving willen renoveren met alles wat dat meebrengt aan ontsluiting en eventueel nieuwe kantoren en winkels. We willen dit voorkomen. Partnerschap en betrokkenheid moeten voor een groot maatschappelijk draagvlak zorgen. Dit moet ook voorkomen dat we verder verglijden naar de dictatuur van het individu. Het maatschappelijk belang moet het opnieuw halen van het individueel belang, zonder afbreuk te doen aan de beroepsmogelijkheden van het individu.”

Snelheid
“Partnerschap en betrokkenheid moeten er ook toe bijdragen dat alles sneller kan. Nu ligt er soms tot vijftien jaar tussen idee en realisatie.”

Verantwoordelijkheid
“Deze Vlaamse regering werkt aan een interne Vlaamse staatshervorming met twee belangrijke klemtonen: de ontwikkeling van stadsregio’s en de invoering van het principe dat maximaal nog maar twee beleidsniveaus verantwoordelijk zijn voor een domein. Dit gaan we ook op de ruimtelijke ordening toepassen. We willen de lokale besturen meer verantwoordelijkheid geven, ze krijgen meer bevoegdheden inzake vergunningen. Zij weten immers beter dan Brussel wat nodig is op lokaal niveau en kennen ook beter de plaatselijke gevoeligheden. Dat houdt wel in dat ze zich goed organiseren én hun verantwoordelijkheid nemen. Voortaan zullen zij politiek afgerekend worden.”

Klantvriendelijkheid
“We verwachten dat de administratie meewerkt en zich klantvriendelijk opstelt. Daar zijn nu veel klachten over. Dat is niet zozeer de fout van de administratie zelf dan wel van de gemaakte politieke keuzes. De administratie moet werken met de decreten en de procedures die door de politiek zijn opgelegd. We moeten de regels en procedures vereenvoudigen. Samen met de vermindering van het aantal beleidsniveaus zorgt het voor meer snelheid en ook meer rechtszekerheid.”

Actueel
Philippe Muyters: “Zoals ik al zei, willen we tegen het einde van de legislatuur naar een nieuwe strategische planning. We willen tot strategische plannen komen die om de vijf jaar bijgesteld worden. Zo kan men rekening houden met de actuele noden én met de nieuwe evoluties die er al zijn of staan aan te komen. We willen dat ook doen bij het begin van elke nieuwe legislatuur. Dat klinkt politiek en is het ook. Want ruimtelijke ordening is niet waardenvrij, het is ook maatschappelijke ordening. En dat is ook voor een stuk een zaak van maatschappelijke en dus ook politieke keuzes.”

De beleidsnota ruimtelijke ordening telt exact 50 bladzijden. Daarin geeft Philippe Muyters zijn visie op hoe ruimtelijke ordening zou moeten zijn. De concrete invulling is voor later. Maar in de nota zijn er al enkele aanwijzingen te vinden:

  • Tot het nieuwe RSV worden de afspraken uit het eerste RSV gehonoreerd: ruimte voor 80.000 woongelegenheden tot 2020, 7.000 ha bijkomende industriegrond met een ijzeren voorraad van 3 tot 5 jaar, 38.000 ha bijkomend natuurgebied en 10.000 ha bijkomend bosgebied, 750.000 ha agrarisch gebied waarvan 208.000 ha nog af te bakenen.
  • Realisatie van waterbergingsprojecten om de klimaatverandering het hoofd te bieden.
  • Activering van onbenutte bedrijfsgronden en bedrijfspanden.
  • KMO-zones mogen opnieuw groter dan 5 ha zijn, op voorwaarde dat gemeenten dan samenwerken.
  • Absolute prioriteit voor de steden en stedelijke ontwikkeling omdat de nieuwe economie in hoofdzaak van de steden uitgaat.
  • Snelle vergunningen voor installaties van hernieuwbare energie (windmolens).
  • Inplanting nieuwe bedrijventerreinen aan logistieke knooppunten (water, weg en spoor) en inplanting van nieuwe overslagplatforms.
  • Geen nieuwe wegen, wel afwerking missing links. Schrappen van bufferzones voor nieuwe infrastructuur.
  • Concentratie van grote winkelprojecten (géén lintbebouwing) die géén concurrentie zijn voor de steden.

Bron: Het Belang van Limburg

Ook in 2010 provinciale aandacht voor ruimtelijke ordening

Op 1 september 2009 ging een nieuwe wetgeving inzake ruimtelijke ordening van kracht, de ‘Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening’. Voor het provinciaal niveau zal dit voor nieuwe uitdagingen inzake bouwberoepen zorgen. In deze codex werd namelijk een strikte timing vastgelegd inzake het afleveren van bouwvergunningen. ‘Wanneer gemeenten deze timing niet respecteren betekent dit automatisch een weigering van de vergunning en kan beroep ingesteld worden bij de deputatie van de provincie’, verduidelijkt gedeputeerde voor ruimtelijke ordening Koen Helsen (open vld).

Welk effect dit zal hebben kan pas volgend jaar ingeschat worden, maar vermoedelijk zal dit toch wel een stijging van het aantal ingediende dossiers betekenen. ‘Gelukkig hebben we in de afgelopen twee jaar een inhaaloperatie gedaan op het vlak van de behandeling van deze dossiers’, stelt de deputé.

Herziening RSPA
Na een jaar van studie en onderhandelen met de Vlaamse overheid werd er van start gegaan met de partiële herziening van het provinciaal ruimtelijk structuurplan van de provincie Antwerpen (RSPA). Gedeputeerde Koen Helsen hoopt hiermee de 70 gemeenten van onze provincie meer ruimte te kunnen geven voor een efficiënt woonbeleid en voor bijkomende economische ontwikkeling.

Weekendzones
Naar de problematiek van de weekendzones toe kunnen we van een doorbraak in het dossier spreken. Via een algemene werkwijze die in een eerste fase getoetst werd in de drie pilootgemeenten Essen, Wuustwezel en Herselt, zal nu een duidelijk kader geboden worden voor al de weekendzones op het grondgebied van de provincie Antwerpen.

Ruimte voor sport
In 2010 wil gedeputeerde Koen Helsen werk maken van een oplossing voor de inrichting van golfterreinen. Er zal een afgewogen keuze gemaakt worden uit de vele aanvragen en de ruimtelijke problematiek van de gekozen sites wordt aangepakt.

Gebiedsgericht beleid
Gebiedsgericht beleid is een vrij nieuw beleidsdomein, waarmee de provincie zeer specifieke noden van bepaalde gebieden wil traceren en mee helpen oplossen. In 2009 werden reeds vier projecten opgestart, nl. de Kempense Meren, de Fortengordels rond Antwerpen, het project Kanaal Dessel –Turnhout – Schoten en de Glastuinbouw Noorderkempen.

Ook voor de inplanting van windturbines wil de gedeputeerde voor ruimtelijke ordening een kaderplan opstellen. Dit moet de Vlaams stedenbouwkundig ambtenaar een eerste toetskader bieden om vergunningen af te leveren, met de bedoeling een wildgroei tegen te gaan.

Bron: Provincie Antwerpen

Openbaar maken van bouwaanvragen

Laakdal – Raadslid Ellen Dierckx (Nieuw&Open VLD) vraagt om buiten het publiceren van bouwaanvragen nog enkele zaken digitaal ter beschikking te stellen van de burgers.

Zoals: inscannen van openbare onderzoeken, het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan… Het beschikbaar stellen van deze informatie zou ook het werk aan de balie van de betrokken dienst kunnen verlichten.

Schepen van ruimtelijke ordening Frank Sels (sp.a) vindt dit een positief voorstel maar op het publiceren van de bouwaanvragen op de website kan momenteel niet ingegaan worden.

Bron: Gazet van Antwerpen

Muyters wil vlottere procedure voor bouwvergunning

Philippe MuytersVlaams minister van Ruimtelijke Ordening Philippe Muyters (N-VA) krijgt een punthoofd van de juridische haarkloverij rond vergunningsaanvragen. Hij wordt overstelpt met kleine en grote dossiers en wordt voortdurend aangeklampt met klachten of verzoeken om iets te “regelen”.

Procedure aanvechten

“Met de huidige procedure, waarin je twee keer in beroep kan gaan, zal iedereen wel iets vinden waarmee hij de procedure kan aanvechten”, zegt Muyters. “Ik stel dat vast in de dossiers die ik onder ogen krijg: soms gaat het om een discussie ten gronde, maar vaak om niet meer dan vitterijen.”

Muyters stelt een “denkgroep” aan, onder leiding van de Hasseltse professor Wim Van Haverbeke, om oplossingen voor te stellen en hem vijf jaar lang ideeën aan te leveren.

Het doel is om de procedure voor het afleveren van bouwvergunningen sneller en eenvoudiger te maken. Vlaanderen zou in een rangschikking met andere landen in de top-vijf moeten raken, “zonder te vervallen in willekeur”.

Bron: Het Laatste Nieuws