Oostende | Vastgoedplatform
Vastgoedplatform

Tag Archive

Amsterdam Antwerpen appartement architecten Batibouw bouw bouwen bouwgrond bouwsector bouwvergunning Brugge Brussel btw confederatie bouw crisis Gent grond- en pandendecreet huis huizenmarkt huur huurder huurprijs hypotheek leegstand lening Limburg makelaar Nederland nieuwbouw prijzen Rotterdam sociale woningen vastgoed vastgoedbevak vastgoedmarkt Verenigde Staten verkoop Vlaanderen wonen woning woningbouw woningcorporaties woningen woningmarkt zonnepanelen

De verrijzenis van Oostende

De glorie was vergaan, de trots geknakt, de zonen gevlucht, het vuur gesmoord. De ooit zo mondaine, vinnige en artistieke stad hield zich na de laatste Grote Oorlog en de woede van de bouwpromotoren alleen nog bezig met wonden te likken. Maar anno 2010 lijkt Oostende terug van zeer ver weggeweest. Hip en zeer intellectueel correct. Net als toen.

Het is waar. In Oostende ís het licht anders. Sombert het in het binnenland, het gloort in Oostende. Rijd je de stad binnen, dan zet je je zonnebril op. Vergeefs, want het licht is niet verschalken: te fel zonder zonnebril, te donker met. Het is dat legendarische licht waar schilders lyrisch over werden. En worden: Herr Seele noemt het de reden waarom hij zich in Oostende ging vestigen. Net als dat typerende appelblauwzeegroen van de Oostendse zee, ook al uitvoerig bezongen door kunstenaarszielen.

Niet het minst door Arno. Geboren en getogen, of in eigen woorden ‘gebraakt en gescheten’ Oostendenaar. Geboren in 1949, pal in het jaar dat die nog veel bekendere telg van Oostende stierf: James Ensor. Van zijn grootmoeder, die zangeres was in de vele Oostendse cinema’s, kent Arno de verhalen van de glorieperiode van weleer. Diezelfde grootmoeder was een goede vriendin van de zus van Leon Spilliaert, nog zo’n geniale schilder van de Noordzee.

Arno weet en doceert het dan ook als geen ander. Dat Oostende rond de voorlaatste eeuwwissel een van de meest nerveuze culturele steden van Europa was. Dat vele groten er langs kwamen en langer dan gepland bleven hangen. Dat Karl Marx zijn manifest in Oostende schreef, niet in Brussel. Dat wereldsterren als de actrice Sarah Bernhardt of tenor Enrico Caruso erop stonden hun avant-première in Oostende te geven. Dat Arthur Rimbaud er kwam mijmeren, Victor Hugo zelfs. En op de achtergrond van al dat gezoem waren intussen adel en andere beau monde mondain aan het kuren, in die pied-à-terre aan zee van hun koning Leopold II.

Zeeroversroots

Hoogdagen waren het, die tot diep in de vorige eeuw bleven duren. Een even beruchte als roemruchte periode is die van de legendarische kunstkroeg La Chèvre Folle, aan het Sint-Petrus-en-Paulusplein. In de jaren vijftig en zestig kwamen Vlaanderens artistiekelingen er elkaar enthousiast besnuffelen en bestuiven. Zeer veel schoon volk kwam er ook later, mei 68-gewijs, antiautoritair aan de toog hangen.

Onder hen Hugo Claus, de man die in Oostende schrijver werd – hij schreef er zijn eerste roman. En de man die, zo menen sommigen, in Oostende ook finaal ‘man’ werd – hij leerde er zijn Elly Overzier kennen. De laatste wens van Claus was zeer helder: uitgestrooid worden voor de kust van Oostende.

Maar het tij keerde. Werkloosheid, verveling en lelijkheid begonnen te woekeren. De visserij taande, de maalboten naar Engeland werden geschrapt en gebrek aan visie haalde tot overmaat van ramp wondermooie panden in Victoriaanse en belle-époquestijl neer, de weinige die de bombardementen van WO II hadden gespaard. De sfeer in de stad werd al even grauw als haar aanblik. De jaren zeventig liepen ten einde, Arno vertrok, en velen met hem. Hij voelde zich thuis in Brussel, dat zusterlijk met Oostende het stempel draagt van Leopold II. Ook de smeltkroes van talen en nationaliteiten deed hem denken aan die van havenstad Oostende. Hij bleef er en keek amper nog om. De koningin der badsteden was van haar troon gevallen, uitgeteld viel Oostende in slaap.

Maar zie: we zijn dertig jaar verder en eb werd weer vloed. Oostende is ontwaakt en Arno – gedeeltelijk – terug. Hij kocht zich er weer een appartement, blij te zien dat zijn Oostende opnieuw beweegt. Hoopvol ook dat Oostende de cultuurmagneet van vroeger wordt. Al kocht hij dat appartement vooral ook voor zijn kinderen. ‘Zodat ze hun roots kunnen ontdekken. Hun zeeroversroots.’

De renaissance van Oostende is onmiskenbaar. Niet alleen steeg het aantal dagjestoeristen in amper vijf jaar tijd van 3 miljoen naar 3,8 miljoen per jaar en het aantal hotelovernachtingen met een groot vijfde. Ook en zeker cultureel heeft de stad weer de neus aan het venster gestoken. De hoofdvogel wordt afgeschoten door het jaarlijkse ongemeen populaire theaterfestival Theater Aan Zee, dat op dit moment volop aan de gang is. Maar er is intussen al meer: van het jonge (en door StuBru opgepikte) Woosha-strandfestival tot het uitstekende hedendaagsedansfestijn Dansand!.

Tekenend is ook dat Oostende nogal wat primeurs binnenrijft. Zo is de stad de eerste die twee jaar lang de titel Cultuurstad van Vlaanderen mag dragen en de bijbehorende 400.000 euro subsidies mag inzetten. De eerste die in april een officiële hommage aan schrijver Hugo Claus mocht brengen en de eerste stad waaraan het Vlaams-Nederlands huis deBuren het nieuwe project Citybooks wijdde: schrijvers schrijven over de stad waarin ze een tijdlang resideren.

Horizon

Anno 2010 lijkt artistiek Vlaanderen en masse gevallen voor de charmes van Oostende. Het is dus ook uiterst correct koketteren met de stad, het interessante BV-dom komt er enthousiast mijmeren, uitwaaien en nadenken. M’as-tu vu?, maar dan niet voor de centen, wel voor de openheid van geest. Maar wat pas echt tekenend is: Oostende houdt geen winterslaap meer. Het hinkstapspringt niet langer van evenement naar evenement, en dat dankzij de komst van Oostendes eerste echte kunstencentrum: Vrijstaat O. Drie jaar bezig en al helemaal op kruissnelheid met projecten als Dansand! en die eerste geslaagde Claus-hommage, maar met vooral een heerlijk ankerpunt in een voormalig kaartershuis op de Zeedijk, aan de voet van het standbeeld van Leopold II.

Toon en register van de plek doen aan de Gentse Vooruit denken. De ruimte zelf is tien keer kleiner dan de Vooruit, maar de eindeloosheid rondom is in Gent dan weer ver zoeken. En laat nu net weinig de verbeelding zo doen ademen als een horizon. Schrijver Jeroen Olyslaegers schreef een Citybook in en over Oostende en noemt Vrijstaat O. onomwonden de mooiste plek om in Vlaanderen aan cultuur te doen.

‘Het klopt, Oostende is terug’, knikt oprichter en artistiek leider van Vrijstaat O. Hendrik Tratsaert. De Oostendenaar, die acht jaar voor Jan Fabre werkt, weet perfect waar de klepel hangt en lijkt even idealistisch als ambitieus. ‘De mondaine, Europese topstad die Oostende was in de vorige eeuw, dat danken we aan één man: Leopold II. Het urbanistische plan staat op zijn naam, net als alle grands travaux.’

Waarom Oostende van dat voetstuk viel? ‘Veel heeft te maken met de overgang van het elitaire, mondaine toerisme naar de democratisering van vrije tijd en dus het massatoerisme. En met de opkomst van de exotische toeristische bestemmingen die spotgoedkoop werden. In Oostende zelf werd in de jaren zeventig bovendien heel veel erfgoed gesloopt. Alles samen een neerwaartse spiraal, waarvan Oostende zich te laat bewust geworden is.’

‘Of we ooit weer die cultuurstad van weleer worden? Ik denk het niet. De klok draai je niet terug, de wereld is veranderd, kunstenaars zijn niet meer zo sedentair als vroeger. Het wordt anders, maar zeker niet slechter: het culturele mondaine elan van toen is vandaag realistischer en hipper van karakter. We proberen hier ook echt weer een artistieke scene uit te bouwen: kunstenaars die hier niet alleen komen performen, maar ook echt creëren. Zoals bij Dansand! of de Citybooks. Maar er is natuurlijk nog veel werk aan de winkel. De stadsvlucht is dan wel gestopt, en bezoekers hebben we genoeg, de aangroei van jongeren en jonge gezinnen gebeurt nog altijd mondjesmaat. Maar dat komt, daar ben ik van overtuigd.’

Drie welgemikte woorden

Zeker, ze trekken hard aan de kar van Oostende, de vele culturele initiatieven. Vrijstaat O., Theater Aan Zee, het PMMK dat zich tot Mu.ZEE opfriste, en dat cultureel centrum dat eindelijk in aantocht is in het (door de B-architecten) herdachte postgebouw. Maar als Oostende staat waar het nu staat, dan is dat vooral door de harde en doordachte regie van verbeten citymarketing. Samen met Leuven was Oostende daarin een van de pioniers.

De eerste ingreep bestond uit drie bijzonder welgemikte woorden: ‘stad aan zee’. Die baseline kwam in de plaats van het muffe en potsierlijk geworden ‘koningin der badsteden’. ‘Een gouden zet’, zegt citymarketingspecialist Wim Beernaert van het Leuvense adviesbedrijf Nelson. ‘Daarmee maaide Oostende in één beweging het gras weg voor de voeten van de twaalf andere kustplaatsen, die nu wel iets anders moesten bedenken. Het vat het ook perfect samen: de gouden combinatie van de zee met de levendigheid van de stad zoals Oostende zich voluit ging profileren. De stad werd verfraaid, de media uitvoerig bespeeld en er was vooral ook een economische visie.’

‘Steden willen zich vaak louter met hun zachte kanten profileren, en dat is fout. Alleen in een gezond economisch klimaat kan een stad floreren, al was het maar om sponsors te vinden voor je evenementen. Oostende heeft zo enkele heel innovatieve bedrijventerreinen gepland, waar ze ook spin-offs van de Universiteit Gent uitnodigden. Een uiterst slimme zet. Die kennisinstellingen en bedrijven trekken ook jonge mensen aan, en die zijn op hun beurt vaak gulzige cultuurconsumenten.’

Peter Craeymeersch, directeur van de zeer bezige Dienst Toerisme, windt er geen doekjes om: als Oostende nu oogst, dan is dat omdat het zo’n tien jaar geleden begon te zaaien. De analyses waren hard, de vraagstellingen duidelijk, de antwoorden doelgericht. Veranderden de toeristische trends waardoor mensen geen veertien dagen aan een stuk meer naar Oostende komen? Zorg er dan voor dat ze zeven keer twee dagen komen, met vele tweedaagse evenementen. Komen ‘tweedeverblijvers’ in de zomer en met kerst naar hun appartement, maar nog te weinig in het voor- en najaar? Organiseer Oostende Voor Anker in de lente en een Halloweenhappening in de herfst. Hoe het land kan zien dat Oostende verfraaid werd? Zet er een camera op en haal de televisie naar Oostende: van Sedes & Belli tot Villa Vanthilt. Is de komst van de Britse toeristen al te zeer afhankelijk van de sterkte van het pond? Bouw die markt af en concentreer je op de Nederlanders, Duitsers en Fransen. Heeft een stad aan zee een eigen filmfestival nodig? Organiseer er gewoon één en rol de rode loper uit.

Als dat wel heel berekend klinkt allemaal, dan wellicht omdat het dat ook is. Weinig romantisch, maar zeer doeltreffend. ‘En wees gerust,’ glimlacht directeur Craeymeersch, ‘we zullen van Oostende nooit een gepolijste stad maken. We zouden wel stom moeten zijn. En trouwens: onze citymarketing zou nog zo geniaal mogen zijn, zonder de natuurlijk charme van Oostende haalt die niks uit.’

Wijnbar naast seksshop

En daarmee raken we de kern van de zaak. Wat is die charme van Oostende? Allerminst hapklaar is ze in elk geval, en wellicht hebben we ze zo nog het best te pakken. Oostende is moeilijk te vatten, al was het maar door de vele gezichten. Prachtig vergane glorie en stuitende lelijkheid gaan er hand in hand met strakke hipheid en statige chic. Het groezelige Madridstraatje vat dat treffend samen: de trendy wijnbar Enoteca del Bene Bere is de (bijna-)buur van een schreeuwerige seksshop. En wat verder, om de hoek: de nostalgische art-deco-degelijkheid van het Hotel du Parc.

Ook de ruigheid van havenstad Oostende fascineert, geen mensensoort zo hard als vissers. Zelfs Engeland smaakt er soms in door, of toch dat Angelsaksische motto: only the strong survive. De jammerlijke steekpartij in Oostende, enkele jaren geleden, heeft de reputatie naar verluidt nauwelijks een knauw gegeven. Hoogstens wat street credibility erbij – ‘’t is dat de stad ook echt een stad is’.

En de belangrijkste troef van Oostende, die ligt er dag in dag uit ongenaakbaar te wezen: de zee. Als Kamagurka zoveel hij kan naar zijn appartement en atelier trekt, zes hoog en pal op de zeedijk, dan is dat naar eigen zeggen om oog in oog met de Noordzee te staan.

Maar weinig hapklaar dus, Oostende. Een stad in volle overgang bovendien, wat wel vaker artistiek volk aantrekt, kijk naar Berlijn. Oostende gedraagt zich ook nog eens opvallend weinig smekend voor een kuststad. Alleen Oostende toont je haar achterwerk als je de stad binnenrijdt: Dikke Mathilde ligt er wulps naar de zee te staren, de bezoeker en het binnenland keert ze de rug toe. Hard to get, geen betere verleidingstruc.

www.theateraanzee.be

www.vrijstaat-o.be

Bron: De Standaard

Oostendse haven ontvangt Chinese windmolens

De Oostendse haven wil een Europees distributiecentrum voor alternatieve energie uitbouwen. Daarvoor wordt een overeenkomst ondertekend met een aantal Chinese bedrijven en een Chinese investeringsbank.

Johan Vande Lanotte, voorzitter van de Oostendse haven, wijst er daarbij op dat China met zijn producten rond hernieuwbare energie de Europese markt probeert te bereiken. In het distributiecentrum in Oostende zouden die producten worden aangepast voor de Europese markt. Het zou gaan om onder meer wieken van windmolens, turbines of funderingen van windturbines op zee. Vanuit Oostende zouden die producten over heel Europa worden verdeeld. Het project zou voor een aanzienlijke tewerkstelling moeten zorgen.

De Oostendse haven wil een belangrijke positie uitbouwen voor alternatieve energie aan de Noordzee. In Oostende zijn op dit ogenblik al de alternatieve energiebedrijven Electrawinds, REpower en C-power actief.

Bron: bouwenwonen.net

Focus wonen in Oostende

logic immo Focus wonen in OostendeIn Logic-Immo magazine verschijnen er geregeld artikels waarin gefocust wordt op specifieke locaties.

Lees hier de nieuwe:

Meer artikels kan u hier lezen.

cover ovwv272 212x300 Focus wonen in Oostende

Thermae Palace Hotel wordt deel van Apollo Hotels & Resorts

thermae palace 150x150 Thermae Palace Hotel wordt deel van Apollo Hotels & ResortsHet gerenommeerde Oostendse Thermae Palace Hotel sluit zich vanaf 1 april 2010 aan bij de keten Apollo Hotels & Resorts. De samenwerking zal zichtbaar worden door een investering van 22 miljoen euro.

Door zich aan te sluiten bij een keten wil het hotel zich opnieuw op de kaart zetten en genieten van de schaalvoordelen.

Het is de intentie van de eigenaar, de familie Desimpel, en de
nternationale keten om in drie fasen het Oostendse complex opnieuw naar de top te brengen. In 2010 zullen de openbare ruimten een opfrisbeurt krijgen. Intussen wordt de conceptuele visie verder uitgewerkt. In 2011 zullen het hotel en de conferentieruimten worden aangepakt.

De laatste fase voorziet de creatie van een uniek wellnesscentrum in de gewelven van het complex. Vroeger waren gelijksoortige faciliteiten aanwezig waardoor er zich bouwtechnisch weinig problemen zouden voordoen.

De volledige renovatie moet in 2014 zijn afgerond. Het Thermae Palace werd op het einde van de negentiende eeuw gebouwd als kuuroord. In 1933 werd het heropend als hotel. Het complex werd opgericht in opdracht van koning Leopold II die vaak in Oostende
vertoefde en van de badplaats een pleisterplek maakte voor adel en rijken.

Het hotel beschikt vandaag over 149 kamers en tien suites, een gastronomisch restaurant, een brasserie, achttien multifunctionele zalen met een capaciteit tot 500 personen, een sauna en een fitnessruimte.

Apollo Hotels & Resorts is de snelst groeiende hotelketen in de Benelux. De keten is in België ook vertegenwoordigd met het Apollo Art Hotel in Brugge. De volgende jaren worden nog acquisities verwacht.

Bron: Trends

Oostende lanceert nieuw bouwproject

Het stadsbestuur van Oostende stelt twee nieuwe huisvestingsprojecten voor die meer dan 130 nieuwe woningen moeten opleveren.

Een aantal woningen is gereserveerd als bescheiden woonst of woning voor eennoudergezinnen. Het stadsbestuur zoekt voor de realisatie van de projecten steun bij de private sector. In 2011 moeten de projecten klaar zijn.

Het grootste huisvestingsproject komt op een deel van de voormalige militaire site Bootsman Jonson. Er is volgens schepen Nancy Bourgoignie (sp.a) plaats voor 130 woongelegenheden. Veertig daarvan zijn gereserveerd als bescheiden woning met twee of drie slaapkamers.

De verkoopprijs mag niet hoger liggen dan 120.000 en 140.000 euro, afhankelijk van het aantal slaapkamers. De grond is in de prijs inbegrepen, de btw en garage niet.

Op twee locaties, in de Kaaistraat en de Torhoutsesteenweg, gaat
Oostende door een private partner woningen voor eenoudergezinnen laten realiseren.

Oostende kent momenteel 3.500 eenoudergezinnen, een pak meer dan het Vlaamse gemiddelde. De bouwheer zal ook 27 jaar voor het eigenaarsonderhoud van deze woningen moeten instaan.

De toekenning van deze woningen zal via het sociaal verhuurkantoor gebeuren. “In beide gevallen doen we een oproep naar de private sector om deze projecten te realiseren onder onze voorwaarden”, zegt schepen Bourgoignie. “De stad zal telkens de grond inbrengen. Door het opleggen van de maximumprijzen bij de huizen op de voormalige site Bootsman Jonson willen we de kans bieden aan gezinnen met kinderen om kwalitatief en betaalbaar te wonen in het centrum van de stad. Uiteraard mikken we op vaste bewoning.”

Bron: Trends

Groen licht voor appartementsblokken Oostende

appartementen oostende 150x140 Groen licht voor appartementsblokken OostendeHet Oostendse stadsbestuur heeft het licht op groen gezet voor de bouw van drie appartementsblokken op de site van het militair hospitaal.
De appartementsblokken zullen meer dan 60 woningen tellen. Eerder werden de oude ziekenzalen al gerenoveerd tot woningen en werd de commanderie omgebouwd tot lofts.

Het dossier werd ook goedgekeurd door de btw-adminstratie. Er zal een percentage van 6 in plaats van 21 procent worden toegepast, omdat er op de site ook gebouwen afgebroken worden. De nieuwbouw start in het najaar en zal 3 jaar duren.

Bron: De Redactie

Oostende lost financieel probleem Kursaal op met overheveling schoolgebouw

Het stadsbestuur van Oostende zal het schoolgebouw van het KTA aan de Leopold 3-laan overhevelen naar het Autonoom Gemeentebedrijf Stadshernieuwing (AGSO) om zo de nv Exploitatie Kursaal Oostende (EKO) uit de financiële problemen te helpen. Dat heeft schepen van Financiën Hilde Veulemans (CD&V) maandag aangekondigd.

Tot nu toe zat EKO, een dochter van het AGSO, in de problemen omdat de vennootschap haar schulden aan het AGSO niet kon afbetalen.

Veulemans: “Het gebouw van het KTA zal overgeheveld worden naar het AGSO. Met de huuropbrengsten van de school zal een lening aangegaan worden voor een bedrag van 4 miljoen euro. Als het gebouw later verkocht wordt, dan zal met de opbrengst de lening afbetaald worden en het saldo zal verdeeld worden tussen de stad en het AGSO. Door deze operatie zijn de financiële problemen van EKO van de baan.”

Bron: Trends

Oostende krijgt Huis van Groene Energie

In het wetenschapspark Green Bridge in Oostende is donderdag het project The Energy Box of het Huis van de Groene Energie voorgesteld.

The Energy Box (TEB) moet een locatie worden waar jonge bedrijven hun nieuwste innovatieve producten voor duurzame en hernieuwbare energie kunnen voorstellen. Het gaat om een investering van 7,5 miljoen euro.

Green Bridge, dat in 2006 ingewijd werd, is een kenniscentrum en verzamelgebouw voor bedrijven uit de sector van de schone technologie. Bedrijven kunnen er terecht voor onderzoek en ondersteuning. “Maar ook ondernemen wordt hier geprikkeld”, zei afgevaardigd bestuurder prof. Greet Van Eetvelde. “In Vlaanderen vinden immers te weinig bewezen technologieconcepten de weg naar markt.”

The Energy Box is een nieuwe vleugel van het bestaande gebouw. Het wordt een demonstratieruimte voor de nieuwe projecten. Gedelegeerd bestuurder Paul Gerard van AG Haven Oostende had het over een “belangrijke broedplaats voor de verdere invulling van het wetenschapspark”. “De Oostendse achterhaven wordt de kennisregio voor hernieuwbare energie in Vlaanderen.”

De bouw van The Energy Box wordt begin 2010 aanbesteed. De werken moeten eind 2011 zijn afgerond. Het gebouw zal volledig milieuvriendelijk worden opgetrokken en mag 3,2 miljoen euro kosten. De West-Vlaamse, Vlaamse en Europese overheid maakten 1,5 miljoen euro vrij voor de ondersteuning van het project.

Bron: Trends

Jonge werkenden trekken weg

Frank ThiersOostende behaalt een povere vier op tien rond ‘betaalbaarheid woningen’. De op één na slechtste score van de vijftien thema’s.

Het resultaat is geen verrassing voor Frank Thiers, gewezen ondervoorzitter van het Belgisch Instituut voor Vastgoedmakelaars en zaakvoerder van immobiliën Sofra. ‘Steeds meer jonge werkende gezinnen verlaten Oostende naar randgemeenten als Leffinge, Gistel, Oudenburg en Bredene. Indien de trend zich verder zet zal Oostende een stad worden van kansarmen, senioren en tweedeverblijvers. De afstammelingen van de Oostendenaars trekken stilaan weg’, zegt Thiers.

‘De uitleg is simpel: de markt is te duur geworden voor jonge mensen. De prijs voor een rijwoning in Oostende of een huisje met tuintje in de randgemeenten is zo goed als gelijk. Dan is de keuze snel gemaakt. Al gaan de prijzen door deze trend ook in de omliggende gemeenten de hoogte in’. Thiers stelt vast dat Oostende het wel nog beter doet dan andere kustgemeenten. ‘De kloof wordt kleiner door de stadsvernieuwing, maar Oostende is voorlopig nog iets goedkoper dan bijvoorbeeld Nieuwpoort en Knokke. De prijzen swingen de pan niet meer uit. De sector is min of meer stabiel, maar daarom is het nog niet haalbaar voor jonge mensen’.

Volgens Thiers is het stadsbestuur aan zet om woningen opnieuw betaalbaar te maken. ‘De bouwgrond is vandaag onbetaalbaar. Voor promotoren, die uiteraard winst willen maken, ligt de prijs bijzonder hoog, waardoor er veel entiteiten op een bepaalde oppervlakte gerealiseerd worden. Veel woongelegenheden zijn daarom te klein voor gezinnen met kinderen. De stad moet maatregelen bedenken voor de bevolking. Oostende doet veel voor kansarmen en trekt investeerders en tweedeverblijvers aan, maar men mag de middenklasse niet vergeten. De stad heeft heel wat grond. Misschien moet men verkavelingen aan betaalbare prijzen aansnijden specifiek voor de jonge werkende Oostendenaar die nog geen woning gekocht heeft. In sommige landen worden er quota ingevoerd. Misschien moet Oostende dit voorbeeld volgen en de jonge Oostendenaar aanmoedigen om in onze stad te blijven’.

Bron: Het Nieuwsblad

Meer dan 1.200 panden vanaf nu beschermd

Bart BrondersActieplan Bouwkundig Erfgoed is eindelijk klaar.

Het nieuwe Actieplan Bouwkundig Erfgoed bepaalt hoe het stadsbestuur het erfgoed van Oostende zal beheren. Zelfs de kritische actiegroep Dement is positief over het initiatief. Edwin Fontaine

De Oostendenaars moesten maar liefst drie jaar wachten op het actieplan, want het was voor de onderzoekers een echt monnikenwerk om 2.774 gebouwen te rangschikken op hun erfgoedwaarde.

‘We willen een kaalslag van het erfgoed vermijden en een objectieve lijst samenstellen om ons beleid op te baseren’, motiveert schepen Bart Bronders (SP.A). Er werden 2.774 panden onderzocht. Die werden door de Gentse Universiteit en een onafhankelijk architectenbureau beoordeeld op veertien criteria. Naast 337 monumenten resulteerde dat in 1.226 panden met een zogenaamde locus-waarde.

‘Panden met zo’n locus-waarde kunnen niet afgebroken worden en voor ze kunnen worden verbouwd, moet een commissie daarvoor haar goedkeuring geven. Zelfs als de commissie toch een positief advies geeft om het gebouw af te breken, behoudt het schepencollege het recht om zijn veto te stellen. We deden dat trouwens al in het verleden met waardevolle panden in de Serruyslaan en de Rogierlaan.’

Onzekerheid verdwijnt
Meteen is de onzekerheid voor vele huiseigenaars van de baan: het vermoeden dat een pand op ‘de lijst’ stond, had in veel gevallen een groot effect op de waarde van het onroerend goed en dat leidde tot speculaties. Ook de immobiliënsector, die in het verleden nog aan de alarmbel trok over Bronders’ lijst, weet nu waar ze aan toe is. Het actieplan Bouwkundig Erfgoed is trouwens uniek in Vlaanderen.

‘Mijn bekommernis gaat vooral uit naar die individuele Oostendenaars die misschien niet weten dat hun pand een bepaalde locus-waarde heeft. Zij weten voortaan waar ze aan toe zijn wat betreft verbouwingen of sloopwerken’, zegt Bronders.

Individuele eigenaars kunnen de lijst vanaf volgende week consulteren op de internetpagina’s van de stad.

De actiegroep Dement, die ijvert voor het behoud van waardevol erfgoed, is alvast positief. ‘Dit is een flinke stap in de richting van een gezond erfgoedbeleid. Het heeft wel drie jaar geduurd en veel panden zijn ondertussen gesneuveld. Er is meer duidelijkheid, maar we moeten toch afwachten. Wij zijn vooral benieuwd hoe consequent de stad zal omgaan met de regels en hoe transparant de beslissingen zullen zijn. We willen ook weten hoe de stad zal reageren op de verkrottingstrategie van eigenaars die jarenlang geen enkele herstelling uitvoeren aan een waardevol pand.’

Bron: Het Nieuwsblad