Net als andere industriële sectoren voelde de sector bouwproducten vorig jaar de gevolgen van de wereldwijde crisis met een omzetdaling van goed 9 procent, zo blijkt uit cijfers van Agoria, de federatie van de technologische industrie. Voor 2010 voorziet Agoria een lichte heropleving. Als enige sector van de technologische industrie zal de werkgelegenheid zelfs lichtjes stijgen. Dat is vooral te danken aan het herstel van de export, de renovatie van woningen en investeringen in rust- en verzorgingsinstellingen. Grote bouwprojecten blijven voorlopig wel achterwege. Agoria vraagt dan ook soepelere procedures voor het verkrijgen van vergunningen voor grote infrastructuur- en bouwprojecten. Ook vraagt de federatie meer sensibilisering en uniformiteit van de premies voor burgers en bedrijven.
De sector van de bouwproducten kijkt uit naar de start van Batibouw. De sector telt immers heel wat bedrijven die actief zijn in de privéwoningbouw. Denk maar aan fabrikanten van ramen, poorten, ventilatietechnieken, fotovoltaïsche panelen, verwarming, koeling, zonnewering, verlichting, liften, beveiliging tegen brand of inbraak. Ons land telt enkele grote spelers op de wereldmarkt als Daikin, Schindler, Emmerson Climate Technologies, Reynaers Aluminium, Renson, Baltimore Aircoil International en Assa-Abloy.
Orderboekjes liepen leeg in 2009
De orderboekjes in de sector waren afgelopen jaar een stuk minder gevuld dan de vorige jaren: “In 2008 waren de orderboekjes gemiddeld voor 15 weken gevuld. Vorig jaar liep dit met de helft terug tot 7 weken.,” zegt Dominique Du Tré, directeur van de sector bouwproducten bij Agoria.
De sector bouwproducten kende tot voor de crisis een gestage groei die in 2008 zelfs tot 5,8 procent opliep, maar in 2009 ontsnapte ook deze sector niet aan de wereldwijde crisis. De omzet viel gemiddeld met 9 procent terug. Dat had ook een negatieve impact op de werkgelegenheid die met 4,6 procent daalde. Vooral de deelsectoren staalbouw en lucht- en koeltechnieken gingen achteruit. “Dit zijn sectoren die afhangen van grote bouwprojecten en momenteel liggen de investeringen door bedrijven en overheden een stuk lager dan voor de crisis.”
En in 2010?
“Voor dit jaar voorzien we een licht herstel van 0,7 procent. Ook de werkgelegenheid zou met enkele honderden arbeidsplaatsen toenemen,” zegt Du Tré. “Aan de terugval in het aantal bouwvergunningen voor woningen is een eind gekomen en voor renovatie is er een duidelijke groei. Ook de projecten in de rust- en verzorgingssector nemen toe. De vooruitzichten voor grote bouw- en infrastructuurprojecten blijven wel negatief.”
De technologiefederatie vraagt dan ook dat de overheden hun vergunningsbeleid voor grote projecten versoepelen om het herstel te versnellen, want nu wordt te veel tijd verloren tijdens de vergunningsprocedures. Hetzelfde geldt voor de vergunningsprocedure voor uitzonderlijk vervoer, vaak nodig bij grote infrastructuur- of bouwprojecten. In tegenstelling tot onze buurlanden bestaan hier grote wachttijden voor.
Agoria vraagt ten slotte ook een vereenvoudiging van de premiesystemen in ons land. “Het is goed dat er veel stimuli en premies zijn voor investeringen in milieuvriendelijke en energiezuinige bouwproducten. Maar het is voor veel burgers en bedrijven niet makkelijk te weten op welke premies ze recht hebben. Zowel gemeentes, provinciebesturen, energieleveranciers en gewesten hebben premiesystemen. Wij vragen meer sensibilisering rond het bestaan van de praktische wegwijzers van de hele lijst van (soms regiogebonden) premies.”
Bron: Agoria
Bijna 28.000 jobs gingen dit jaar in ons land verloren in de technologische industrie en de bouwnijverheid.
Crisis
Het verlies van banen in de Belgische technologische industrie in 2009 is veel groter dan verwacht. De sectorfederatie Agoria verwachtte dat er dit jaar 10.000 banen verloren zouden gaan maar het eerste halfjaar stond de teller reeds op 15.900. Agoria raamt het jobverlies voor 2009 nu op 25.000 banen. Mocht er geen tijdelijke werkloosheid zijn dan zou het jobverlies tot 45.000 stijgen.
‘Dat is het grootste banenverlies van de voorbije twintig jaar. Gelukkig was er tijdelijke werkloosheid voor bedienden, anders zou de toestand nog erger geweest zijn’, zegt Paul Soete, de topman van Agoria. Sinds het begin van de crisis daalde de omzet in de technologische sector met 20 procent. Ook de rendabiliteit daalde zorgwekkend: Agoria spreekt van een gemiddelde winstmarge van amper 1 procent. Bijna vier op de tien bedrijven werken met verlies. Ruim zes op de tien bedrijven verwachten dat het dieptepunt nog niet is bereikt.
Ook de bouwsector deelt in de klappen en verloor op anderhalf jaar tijd 4.500 jobs, waarvan 2.700 in Vlaanderen. Vooral de ruwbouwbedrijven krijgen klappen. De afwerkingsbedrijven hebben voorlopig nog werk met het voltooien van woningen. De Vlaamse Confederatie Bouw verwacht op korte termijn weinig beterschap. Het aantal vergunningen voor nieuwe woningen is dit jaar met 18 procent gedaald. Maar volgens de VCB kan een groene bouweconomie op termijn voor 16.000 bijkomende jobs zorgen. (BLG)
www.vcb.be
www.agoria.be
Bron: Het Nieuwsblad
Agoria: “Twee derde bodemvervuilingen zijn historisch”
Heel wat Vlaamse KMO’s dreigen in de financiële problemen te komen door de saneringsplicht van historisch vervuilde gronden. Agoria, de federatie van de technologische industrie, heeft weet van verschillende KMO’s die worden geconfronteerd met een factuur die vaak tot boven één miljoen euro oploopt. Twee derde van de verplichte bodemsaneringen is echter historisch of niet veroorzaakt door de huidige eigenaars. Agoria roept de Vlaamse overheid dan ook op om de saneringskosten van historisch vervuilde gronden te cofinancieren zoals dat ook reeds het geval is in Nederland en vraagt aandacht voor nieuwe technieken van bodemsanering.
Vlaanderen legt een saneringsplicht op aan de gebruikers en de eigenaars van vervuilde gronden. Deze plicht geldt ook voor bedrijven die de verontreiniging niet zelf hebben veroorzaakt. Die verplichting werd opgelegd in het bodemsaneringsdecreet van 1995 en geldt ook voor vervuilingen van vóór 1995 die niet bekend waren bij de aankoop van de grond.
Onbetaalbaar
De sanering van de bodemverontreiniging uit het verre verleden dreigt nu voor kmo’s onoverkomelijke financiële lasten met zich mee te brengen. “De sanering van een historische vervuiling kan erg duur uitvallen,” zegt Wilson De Pril, directeur-generaal van Agoria Vlaanderen. Tot enkele miljoenen euro per terrein. “Een kmo-bedrijfsleider met 35 werknemers en een omzet van circa 3 miljoen euro werd onlangs geconfronteerd met een geschatte saneringskost van 1,5 miljoen euro voor een terrein van circa 3ha. De vervuiling was veroorzaakt door één van de vroegere eigenaars.”
Zonder overheidssteun zullen kmo’s in financiële problemen komen. “Dat kan leiden tot sluitingen van bedrijven en zo worden saneringen, de oorspronkelijke bedoeling van de wetgever, ook niet uitgevoerd.” De Pril: “Er is nood aan een cofinancieringsregeling waarbij de overheid een deel van de saneringskosten mee financiert. In Nederland bedraagt de steun minstens 25%, te verhogen met 10% voor kmo’s. Dit moet ook mogelijk zijn in Vlaanderen.”
Volgens de Vlaamse doelstellingen moest tegen 2007 23% van de historische saneringen zijn opgestart. Dit doel werd intussen bereikt en bedraagt in de technologische industrie zelfs 36%. Maar volgens Agoria verhullen de goede tussentijdse cijfers dat net de moeilijkste en duurste historische saneringen nog niet uitgevoerd zijn. “Met de huidige regelgeving zijn deze simpelweg onbetaalbaar. De huidige regering heeft een financiële tussenkomst reeds decreetaal mogelijk gemaakt, maar nog niet uitgevoerd. Het is voor heel wat KMO’s van levensbelang dat de volgende regering de cofinanciering meteen mogelijk maakt,” zegt De Pril.
Innovatieve technieken van sanering
Agoria vraagt cofinancieringspercentages tussen 25 en 50 procent. Deze kunnen afhangen van verschillende criteria, zoals ouderdom van vervuiling en het feit dat bij aankoop van de grond de vervuiling niet bekend was. Maar ook de ontwikkeling van innovatieve saneringstechnieken moet worden gestimuleerd. Het verleden heeft uitgewezen dat bij de klassieke technieken, waarbij men bv. grondwater oppompt en saneert, de uiteindelijke saneringskost de ramingen steeds overschrijdt. De Vlaamse overheid kan voor de saneringen waar zij de opdrachtgever van is, de werken gunnen op basis van de technieken van het innovatief aanbesteden. Dit kan de ontwikkeling van en de ervaring met nieuwe technieken ondersteunen en leiden tot lagere saneringskosten.
Strengste wetgeving van Europa
Agoria Vlaanderen verwerpt ten slotte de kritiek van de milieusaneerders, verenigd in FEBEM, als zou Vlaanderen veel te laks zijn. De Pril: “Integendeel, Vlaanderen heeft samen met Nederland de meest strenge wetgeving van Europa, maar Nederland heeft ook een overheidstussenkomst en deze ontbreekt nog in Vlaanderen. In 2006 werden enkele procedures eenvoudiger en een gefaseerde aanpak van complexe verontreinigingen is nu mogelijk, maar de normen zijn helemaal niet versoepeld, zoals FEBEM beweert. Historische verontreinigingen moeten gesaneerd worden als ze een risico vormen voor mens of milieu, nieuwe verontreinigingen van zodra de bodemsaneringsnorm voor een verontreinigende stof is overschreden.”
FEBEM pleitte ervoor dat de overheid haar jaarlijks saneringsbudget van 30 naar 90 miljoen euro verhoogt. Agoria vindt dat een goed idee. “Maar dan moeten deze bijkomende middelen worden gebruikt voor een cofinanciering van private saneringsprojecten en voor projecten van innovatief aanbesteden.”
René Konings
Pr-verantwoordelijke
T. 02 706 80 55
G. 0478 34 78 86
E. rene.konings@agoria.be
Bron: Agoria