Tag Archive
Amsterdam
Antwerpen
appartement
architecten
Batibouw
bouw
bouwen
bouwgrond
bouwsector
bouwvergunning
Brugge
Brussel
btw
confederatie bouw
crisis
Gent
grond- en pandendecreet
huis
huizenmarkt
huur
huurder
huurprijs
hypotheek
leegstand
lening
Limburg
makelaar
Nederland
nieuwbouw
prijzen
Rotterdam
sociale woningen
vastgoed
vastgoedbevak
vastgoedmarkt
Verenigde Staten
verkoop
Vlaanderen
wonen
woning
woningbouw
woningcorporaties
woningen
woningmarkt
zonnepanelen
De Vlaamse regering kan de ontvangsten uit registratierechten opnieuw opkrikken door de verzekering gewaarborgd wonen te promoten. Dat zegt de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB). Vandaag raakte bekend dat de Vlaamse ontvangsten uit registratierechten, de belangrijkste Vlaamse gewestbelasting, door de vastgoedcrisis in de eerste jaarhelft met ruim 20 procent zijn gekelderd tegenover dezelfde periode vorig jaar. In de maand juni was er zelfs een daling met bijna 27 procent.
Niet kunnen afbetalen
Volgens de Vlaamse Confederatie Bouw bevat het Vlaamse regeerakkoord zelf een oplossing voor de terugvallende inkomsten uit registratierechten: de verzekering gewaarborgd wonen. Dat is de gratis verzekering die op 1 april 2009 opnieuw werd ingevoerd door de (vorige) Vlaamse regering en die voorziet in een dekking voor wie zijn hypothecaire lening niet meer kan afbetalen wegens onvrijwillige werkloosheid of arbeidsongeschiktheid.
Ruime bekendheid
In het recente Vlaamse regeerakkoord staat dat die verzekering behouden blijft en “ruime bekendheid” zal krijgen. Volgens de VCB kan de beloofde extra promotie rond de verzekering “de ontvangsten van registratierechten een duw in de rug geven”. Bovendien zal het de bouwsector stimuleren, wat op zijn beurt tot terugverdieneffecten leidt voor de overheid”, luidt het. Volgens VCB-topman Marc Dillen zorgt de verzekering niet alleen voor zekerheid bij koper en verkoper, maar ook voor de Vlaamse schatkist. “Indien dit instrument beter bekend zou zijn, zal het voorbehoud verminderen om over te gaan tot de aankoop van een nieuwe woning”, aldus Dillen.
Vlaams minister van Wonen Freya Van den Bossche (sp.a) bevestigt dat de verzekering gewaarborgd wonen “een belangrijk instrument” is en dat er inspanningen zullen gedaan worden om de verzekering meer zichtbaarheid te geven, bijvoorbeeld via de notarissen.
Bron: Het Laatste Nieuws
Wanneer een Nederlander zich gaat oriënteren op de aankoop van een tweede huis in Tsjechië, beperkt hij zich in zijn keuze meestal tot de twee belangrijkste toeristische gebieden; Noord-Bohemen en Zuid-Bohemen. Met name Zuid-Bohemen biedt veel interessante mogelijkheden voor een tweede huis. In dit gebied zijn vele kastelen en historische stadjes te ontdekken, ook ligt hier het uitgestrekte Lipnomeer.
Tot voor kort was Noord-Bohemen en dan vooral het Reuzengebergte en het IJzergebergte, de belangrijkste regio voor Nederlanders die in Tsjechie een tweede huis wilden kopen. Het gebied staat bekend om de goede lokale wintersportmogelijkheden. Al voor de politieke omwenteling werden deze gebieden goed bezocht door buitenlanders. De beperkte voorzieningen werden ruim gecompenseerd door de lage prijs van de skipas en de lage verblijfskosten. Inmiddels zijn de prijzen sterk gestegen en de steeds drukker wordende kleine skipistes hebben er toe geleid, dat Nederlanders op zoek gaan naar alternatieve locaties in Tsjechië.
Uitgestrekt
Een locatie, die zich van oorsprong richt op toerisme en cultuur bevindt zich in het zuiden van Tsjechië, Zuid-Bohemen. Vooral in deze regio hebben de laatste jaren interessante ontwikkelingen plaatsgevonden. De regio staat bekend om zijn vele kastelen en historische stadjes, evenals de grote aantallen recreatieve meren. De streek biedt vooral een wisselende en boeiende natuur. In tegenstelling tot Noord-Bohemen waar projectmatige ontwikkelingen plaatsvinden in meer dan vijftien attractieve locaties, concentreren zich de activiteiten van projectontwikkelaars in Zuid-Bohemen op één bijzondere locatie aan het uitgestrekte Lipnomeer, namelijk het dorp Lipno nad Vltavou.
Golfbaan
Lipno nad Vltavou is een dorp dat stamt uit 1530. Het dorp heeft zijn ontwikkeling te danken aan de de bouw van de stuwdam aan de Moldaurivier in de jaren 1952-1959. Hierdoor is het grootste recreatiemeer in Tsjechie ontstaan, het Lipnomeer (4650 ha). Het dorp ligt op een hoogte van 776 meter en heeft 537 permanente inwoners. In het weekeinde en in de vakantiemaanden echter overschrijdt het aantal inwoners regelmatig de 5.000 mensen. De feitelijke toeristische ontwikkeling van Lipno nad Vltavou is begonnen in het jaar 2000 met de bouw van het recreatiecentrum Marina Lipno. De realisatie van dit recreatieterrein ging nauw samen met de bouw van nieuwe toeristische projecten voor wintersport en watersport. Met name het skigebied Lipno is, met zeven kilometer aan pistes, een uniek skigebeid voor kinderen.
Voorzieningen
Door de sterke groei van de recreatieve projecten in Lipno nad Vltavou is deze plaats tot de meest toeristische uitgegroeid van Zuid-Bohemen. Er worden nauwelijks projecten ontwikkeld in andere plaatsen aan het Lipnomeer. Om deze reden ontwikkelt het dorp zich als een regionaal centrum voor toerisme. Er zijn vele restaurants, winkels en voorzieningen voor kinderen. Lipno heeft twee grote zwembaden, een wellnesscentrum, een prachtig gelegen haven, een bobsleebaan en een uitgebreid sportcentrum. Tenslotte wordt de bestaande negen holes golfbaan op dit moment verbouwd tot een nieuwe achttien holes golfbaan.
Uiteraard bestaat het Lipnomeer niet alleen uit de locatie Lipno nad Vltavou. Ontwikkelingen in de andere plaatsen langs het Lipnomeer zijn echter zeer beperkt. In Frymburk wordt naast het modernste kuurcentrum van Tsjechië een klein resort gebouwd en op het schiereiland naast Frymburk staat een groot vakantiepark gepland. Aan de andere kant van het Lipnomeer ligt een natuurpark. Hier vinden alleen in Nová Pec en Patmední Výtoa kleine ontwikkelingen plaats.
Ontwikkelingen
Uiteraard heeft de crisis ook zijn invloed gehad op het prijsniveau en de verkopen van onroerend goed in de populaire Tsjechische regio´s, het Reuzengebergte in het noorden en het Lipnomeer in het zuiden van Tsjechië. De financiële crisis heeft vooral de prijzen van de bergappartementen in het Reuzengebergte onder druk gezet. Aangezien de Tsjechische projectontwikkelaars deze projecten vooral met vreemd kapitaal financierden, zijn de prijzen van enkele projecten met maar liefst dertig procent gedaald. De prijzen van traditionele woningen en de goede projecten zijn in het noorden redelijk stabiel gebleven, ook al was de vraag naar recreatieve objecten het eerste semester vrij laag. Deze daling is onder andere aan twee factoren toe te schrijven: ten eerste zijn de kopers afwachtend; ten tweede zijn banken alleen nog bereid tot vijfentachtig procent van de taxatiewaarde te financieren. In 2008 was dat nog honderd procent.
Ook in de regio Lipno is de vraag naar appartementen en recreatieve woningen sterk gedaald in 2009. Er komen prijsdalingen voor tot vijftien procent. Desondanks heeft het Lipnomeer zich positief ontwikkeld ten opzichte van het Reuzengebergte. Tot voor kort trok het Lipnomeer voornamelijk de Nederlandse koper. De laatste jaren wordt ook de naar woningen van Tsjechische ingezetenen, met name uit Praag, groter. Dat heeft er toe geleid dat het aantal projecten in Lipno blijft groeien. De betere objecten in Lipno, vooral die met uitzicht op het meer en op redelijke afstand tot de skilift, hebben hun waarde behouden. Door vraag van zowel Tsjechen als buitenlanders zullen de prijzen in Lipno redelijk constant blijven. Daarmee is Lipno een goed alternatief voor kopers die op zoek zijn naar een woning in Tsjechië.
Bron: drs. Addy Coolbergen, verbonden aan Coolbergen Consulting sro.
Het aantal gevallen van sociale fraude in de bouwsector blijft stabiel. Bij controles op bouwwerven vorig jaar werd in bijna een kwart van de gevallen fraude vastgesteld, net als het jaar daarvoor.
De nationaliteit van de zwartwerkers en werknemers die illegaal tewerkgesteld worden in de bouw, verandert wel en dat bemoeilijkt de controles. Naast Oost-Europeanen werden er vorig jaar vooral Brazilianen betrapt.
Om dat efficiënt aan te pakken zou er ook een Portugese inspecteur moeten meewerken aan de controles op de werven. Die internationale uitwisseling wil staatssecretaris voor Fraudebestrijding Carl De Vlies (CD&V) volgend jaar regelen, als België voorzitter is van de Europese Unie.
Bart Stalpaert van het kabinet Fraudebestrijding ziet in de cijfers een positief signaal. Voor alle sectoren is er tegenover 2007 toch een stijging met 6% , terwijl het aantal fraudegevallen in de bouwsector relatief stabiel blijft. Volgens Stalpaert is dat te danken aan de inspanningen van de inspectiediensten en die van de sector zelf.
[flv width="470" height="289"]http://media.vrtnieuws.net/2009/06/135433623ONL0906233295178.urlFLVLong.flv[/flv]
Bron: De Redactie
In de bouwsector verdwijnen de komende twee jaar 50.000 arbeidsplaatsen als gevolg van de economische neergang in Nederland. Het gaat om een op de tien banen in de bouw. Dat meldde het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) zaterdag.
Uit de laatste raming van het EIB blijkt dat de bouwproductie de komende twee jaar met 15 procent daalt als gevolg van de recessie. De bouwsector heeft daardoor last van dalende orderportefeuilles. Verder worden bouwprojecten die zich in de fase van planvorming, ontwerp of vergunningverlening bevinden, uitgesteld.
Het EIB verwacht dat zowel de bouwproductie als de werkgelegenheid pas in 2012 weer toeneemt.
Bron: ANP
Wordt wonen voor uw kinderen of kleinkinderen onbetaalbaar? Zit u als gelukkige woningeigenaar op een kleine goudmijn? Op lange termijn kan de demografische evolutie misschien wat extra prijsdruk veroorzaken. De vooruitzichten voor de komende jaren zijn minder gunstig.
Demografie stuwt Waalse woningprijzen Het vastgoedfeest is voorbij Het deflatiespook
In 2030 kost een bescheiden woning ongeveer 700.000 euro. Waanzin? Het is de uitkomst van een eenvoudig lineair rekensommetje. Volgens de recentste cijfers van de federale overheidsdienst Economie bedraagt de gemiddelde prijs voor een woning in ons land 172.077 euro. In de voorbije tien jaar zijn de woningprijzen meer dan verdubbeld. Met een gelijkaardig groeiritme zitten we in 2020 al aan een gemiddelde woningprijs van ongeveer 345.000 euro. Nog eens tien jaar later, in 2030, zou de gemiddelde woning dan 690.000 euro kosten.
Een belangrijke nuancering: de inflatie maakt dat een euro in 2020 of in 2030 niet hetzelfde is als een euro van vandaag. En toegegeven: het lineaire plaatje is een te simpele voorstelling van zaken. Al was het maar omdat de vastgoedmarkt het jongste decennium wel in uitzonderlijk goeden doen was. "De jaren met prijsstijgingen van 10 procent en meer zijn voorbij", stelt KBC-econoom Bart Van Craeynest. "Zo’n superperiode is zeer uitzonderlijk." "Een verdubbeling in tien jaar? Vergeet dat maar", zegt ook Philippe Janssens van het studie- en adviesbureau Stadim.
Beiden verwijzen ze naar de duikvlucht van de (langetermijn)rente in de voorbije decennia als een bepalende motor achter de vastgoedhausse. Goed mogelijk dat die rente nog licht zakt. Het is evenwel duidelijk dat bij een rentestand van ongeveer 4 procent het dalingspotentieel beperkt is.
Hoe gaat de rente de komende twintig jaar evolueren? Aan zulke sciencefictionachtige voorspellingen wagen economen zich niet graag. Ook voor andere economische parameters, zoals inflatie en groei, bevatten langetermijnvoorspellingen veelal een forse dosis giswerk.
Demografische evoluties laten zich wel met enige precisie op lange termijn voorspellen. En demografie heeft ook een impact op de woningmarkt. Hoe meer gezinnen, hoe meer woningen. Vanuit die optiek zit de vastgoedmarkt gebeiteld: in 2030 zijn we volgens de nieuwste federale bevolkingsvooruitzichten met ongeveer 12 miljoen, tegenover 10,7 miljoen vandaag.
Die bevolkingstoename is echter een te brute factor. "Het is belangrijk om ook de samenstelling van de bevolking te analyseren", stelt Edwin Pelfrene, statistisch expert op de Studiedienst van de Vlaamse Regering (SVR). In de nota ‘Spanning & ontspanning op de woningmarkt in functie van de voorspelde demografische evolutie’ bekijkt hij de evolutie van leeftijdscategorieën. Aan de vraagzijde is dat vooral de leeftijdscategorie tussen 20 en 40 jaar. Aan de aanbodzijde is de groei van de bevolking van 80 jaar en ouder cruciaal. Zij dragen door sterfgevallen en verhuis naar rust- of verzorgingstehuizen bij tot het vrijkomen van woningen. "Als die toename van 80-plussers sterker is dan die van de bevolking tussen 20 en 40 jaar, zal dat leiden tot een zekere ontspanning op de woningmarkt."
In de nota maakt hij de oefening voor de verschillende arrondissementen van ons land. De zwaarste demografische druk valt te verwachten in het Brusselse gewest. De bevolking groeit er volgens verwachting met 25 procent tegen 2030. En – belangrijker – ook de woningzoekende leeftijdsgroep zal er sterk toenemen de komende jaren, al zet die aangroei niet langer door na 2020. Het aantal 80-plussers stijgt veel minder snel. "Met als gevolg dat we voor de komende twintig jaar een gespannen woningmarkt mogen verwachten."
Een andere belangrijke en duidelijke vaststelling is dat de demografische druk op de woningprijzen in 2030 doorgaans hoger ligt in Wallonië dan in Vlaanderen. Vooral in de arrondissementen Borgworm, Neufchâteau en Virton is er opwaartse prijsdruk om demografische redenen te verwachten (zie kaart). In Vlaanderen is er alleen in de arrondissementen Antwerpen, Halle-Vilvoorde en Mechelen een matig positieve druk te verwachten. Aan de kust, maar ook in Limburg, lijkt de prijsdruk minimaal of zelfs negatief.
Pelfrene benadrukt wel dat deze analyse niets zegt over de prijsevolutie op zich. "Ze zegt alleen iets over de impact van demografie op de woningmarkt. En dé woningmarkt bestaat natuurlijk niet. Aan de kust bijvoorbeeld moet je een duidelijk onderscheid maken tussen de markt van appartementen en de gewone woningen."
Ook de voorbije jaren heeft ons land een aanzienlijke bevolkingsgroei gekend. Maar Philippe Janssens gelooft niet dat die een grote bijdrage heeft geleverd aan de voorbije prijshausse. "Als je het aantal woongelegenheden naast het aantal huishoudens legt, dan stel je vast dat er in alle arrondissementen een overschot is aan woningen." In Halle-Vilvoorde is de marge het kleinst. In de kustgemeenten is ze het grootst, maar daar zorgen de tweede verblijven voor een vertekend beeld. "De demografische druk lijkt me in ieder geval niet zo acuut dat de bouwsector daar geen antwoord op kan bieden. Tijdelijk kan die wel voor een krapte zorgen."
Bart Van Craeynest wijst nog op een ander demografisch fenomeen: de gezinsverdunning. Het aantal eenoudergezinnen is de voorbije jaren sterk toegenomen en die trend lijkt nog niet voorbij. "Dat is juist", zegt Pelfrene. "Maar ik denk dat de impact daarvan beperkt zal zijn. Ik verwacht eerder een afvlakking van die trend. We bereiken stilaan de benedengrens. Tenzij we allemaal ’singles’ worden."
Ogen de langetermijnperspectieven – vanuit demografisch oogpunt – vrij gunstig voor de waardeontwikkeling van residentieel vastgoed, dan ziet het economische plaatje op korte termijn er minder rooskleurig uit. Naast de sterke daling van de reële rente, heeft ook de gunstige conjunctuur voor dynamiek op de woningmarkt gezorgd. In recessietijd moeten we vanuit die hoek weinig stimulansen verwachten. Een terugvallende economische groei heeft een directe impact op de beschikbare gezinsinkomens en zo ook op de aflossingscapaciteit. Met de toenemende werkloosheid verhoogt ook de kans op gedwongen verkopingen.
De boomperiode mag dan voorbij zijn, een crashscenario zoals in de VS acht Van Craeynest erg onwaarschijnlijk. "In landen als de VS, het Verenigd Koninkrijk en Spanje was de groei van de vastgoedmarkt een zeepbel. Daar zie je nu structurele correcties. In ons land gaat het meer om een conjuncturele correctie."
Janssens roemt in dit verband de ‘brave’ Belgische fiscaliteit. De beperkte aftrekbaarheid van de leninglasten (in combinatie met de hoge registratierechten) verklaart voor een deel de relatieve stabiliteit van onze woningmarkt. En ze heeft de prijzen laag gehouden. Janssens: "Kijk naar Nederland. De prijzen liggen er veel hoger en de vastgoedmarkt krijgt er klappen. Als we hier het Nederlandse systeem invoeren, dan hebben we hier morgen Nederlandse prijzen. De hoge registratierechten dwingen ons ook om vastgoed op lange termijn te bekijken."
Toch had het IMF het over een overwaardering van 17 procent op de Belgische woningmarkt. En ING vindt een aanpassing van 16 procent in de komende jaren ‘een redelijke hypothese’. Bart Van Craeynest merkt op dat een overwaardering ramen vrij moeilijk is. "Huizen zijn allicht aan de dure kant, maar mijn analyse suggereert dat de overwaardering duidelijk lager is. De sterke prijsstijgingen zijn voor een groot deel te verklaren. Zo heeft de fiscale amnestie in 2005 voor een toevloed van extra middelen gezorgd. Geld dat voor een belangrijk deel naar vastgoed is gevloeid."
De Belgische woningmarkt heeft de voorbije jaren nog impulsen gehad. Zo wijst Janssens op de verlenging van de looptijden van de leningen. "Het is een klassieke kip-of-ei-discussie. Die langere looptijden zijn er zogezegd gekomen omdat de woningen te duur werden. Ik ben ervan overtuigd dat het verlengen van de termijnen een prijsverhogend effect heeft gehad." In Vlaanderen heeft ook de verlaging van de registratierechten van 12,5 naar 10 procent voor hogere woningprijzen gezorgd.
Een dalende rente, sterke economische groei, langere looptijden, fiscale amnestie, lagere registratierechten… Het is allemaal verleden tijd en grotendeels in de woningprijzen verrekend. Is het dan toch definitief gedaan met de vastgoedhausse? Voor Vlaanderen verwacht Philippe Janssens nog wel een beperkte prikkel door de meeneembaarheid van de registratierechten. "Dat is in 2002 ingevoerd. Jonge mensen die toen een eerste kleine woning hebben gekocht, gaan nu misschien stilaan beginnen uitzien naar iets groters."
Een nieuwe verlaging van de registratierechten of nieuwe fiscale voordelen kunnen de prijzen ook opwaarts stuwen. En op zeer korte termijn behoort ook een beperkte rentedaling nog tot de mogelijkheden. "Maar als er voldoende signalen zijn dat de recessie voorbij is, zal de ECB de rente optrekken. Kwestie van de inflatie onder controle te houden", zegt Van Craeynest. Janssens vraagt zich af in hoeverre de lagere langetermijnrente zich nog wel zal vertalen in lagere hypotheekrentes. "Want als de banken terug moeten naar het klassieke bankiersmodel, en dus niet meer kunnen verdienen aan allerlei afgeleide producten, dan zullen ze hun winst moeten halen uit de verschillen tussen spaar- en leenrentes. Ze zullen de hypothecaire rente dan misschien moeten optrekken. Dat is een gevaar."
Op dit ogenblik is het bij de centrale banken alle hens aan dek om het deflatiespook te verjagen. Een dreiging die ook de woningmarkt danig zou verlammen. Van Craeynest: "Echte deflatie is rampzalig voor de hele economie en dus ook voor de woningmarkt. De economische terugval zou er ongetwijfeld voor zorgen dat eigenaars in de problemen komen. En dan beland je in een Amerikaans scenario met gedwongen verkopen en een terugvallende vraag. Bovendien blaast deflatie de hypotheekschulden ook op."
De recentste cijfers, met dalende prijzen in het laatste kwartaal van 2008, tonen eigenlijk al een soort deeldeflatie op de woningmarkt. Dreigt het gevaar dan niet dat kandidaat-kopers de aankoop van een woning uitstellen, met nieuwe prijsdalingen als gevolg? Dat uitstelgedrag heb je op de woningmarkt minder. Elke woning is immers uniek. Dus als er een woning vrijkomt die de kandidaat-kopers aanstaat, zullen ze toch niet te lang mogen twijfelen. En, merkt Van Craeynest op, "kandidaat-kopers zullen ook willen profiteren van de lage rente."
Philippe Janssens vreest tot slot dat ook de nieuwe houding van de banken remmend kan werken op de woningmarkt. "De banken hebben de voorbije jaren een zeer soepele houding aangenomen. Tot 100 procent lenen was geen enkel probleem. Maar die vlieger gaat niet meer op. Dat betekent dat mensen opnieuw eerst wat zullen moeten sparen voor ze een woning kunnen kopen. Dat kost tijd en het zal de markt de komende jaren vertragen."
Bron: Trends
‘Als je ziet hoeveel een gelijkaardig huis in andere gemeenten kost is Leuven natuurlijk erg duur. Maar we betalen graag extra voor de voordelen. Wonen in de stad betaalt zichzelf terug.’ Lieze Van Dessel en Fré Pousset werken hard aan de renovatie van hun pas gekochte huis in Kessel-Lo.
Dat Leuven niet bepaald ’slands goedkoopste stad is, weet iedereen. De hoge prijzen zijn een van de redenen waarom veel jonge gezinnen de stad de rug toekeren en de stadsvlucht tot op zekere hoogte in leven houden.Gemiddeld betaal je voor een gezinswoning momenteel 240.000euro. Dat is 60.000euro meer dan het Vlaamse gemiddelde, 40.000euro meer dan het arrondissementele gemiddelde en bijna 100.000euro meer dan in Tienen. In vergelijking met 2007 steeg de gemiddelde verkoopprijs ‘maar’ met drie procent. Dat is beduidend minder dan de afgelopen jaren. Opvallend: de prijs van appartementen daalde zelfs, met vijf procent. Toch kon dat lector bij de hogeschool GroepT Lieze Van Dessel (26) en ambtenaar bij de Dienst Mobiliteit en Wegen van het Vlaams-Brabantse provinciebestuur Fré Pousset (28) niet overtuigen om een appartement te kopen. Zij vormen het levende bewijs dat de stadsvlucht van jonge gezinnen uit Leuven geen definitieve vaststelling, maar vooral een werkpunt is. ‘Aan een flat kopen hebben we nooit gedacht. In onze vriendenkring is er ook niemand die zijn pijlen richt op een appartement. Of het zou als een investering moeten zijn’, meent Pousset. ‘We wonen nu nog in een best ruim appartement in Heverlee. Maar wat we daar echt missen is een tuin. We hebben nu al zoveel plezier gehad aan onze nog niet eens aangelegde tuin aan ons nieuwe huis dat we al niet meer zonder kunnen. Bovendien is een rijhuis gewoon erg gezellig. Zeker in een buurt waar veel jonge mensen zoals wij wonen’, zegt Van Dessel lachend.
En dus kocht het paar begin dit jaar een woning aan de Jozef Wautersstraat in Kessel-Lo. Daarvoor betaalden ze op de kop 200.000euro. ‘Wel denken we nog 35.000euro nodig te hebben voor verbouwingswerken. We hopen met de eerste fase, een nieuw gelijkvloers, keuken en badkamer, klaar te zijn tegen augustus. Op termijn kunnen we werk maken van een nieuwe achterbouw’, zegt Pousset.
De nieuwbakken Kesselaren mogen zich gelukkig prijzen met die prijs. ‘Ik denk wel dat we wat geprofiteerd hebben van de crisis in de vastgoedsector. Ons huis stond eerst te koop voor 245.000euro, maar geraakte maar niet verkocht. Daarna zakte de prijs tot 220.000euro. Zonder er echt veel van te verwachten hebben we 200.000euro geboden en tot onze verbazing heeft de vorige eigenaar het bod aanvaard.’
Maar geluk of niet, 200.000 euro blijft natuurlijk een enorme smak geld, zeker als je het vergelijkt met de Hagelandse steden, maar ook andere centrumsteden zoals Hasselt, Gent en Brugge. ‘We hebben tijdens onze zoektocht ook in de buurgemeenten van Leuven gekeken. Daar is het effectief goedkoper, maar dat weegt niet op tegen de voordelen van het wonen in de stad. Leuven is een kleine gezellige stad. We wonen dicht bij Brussel, bij het station, bij ons werk en bij het centrum’, vertelt Pousset.
‘Akkoord, als je ziet hoeveel een gelijkaardig huis in andere gemeenten kost of wat je voor de prijs die wij betaald hebben elders kan kopen is Leuven natuurlijk erg duur’, voegt Van Dessel toe. ‘Maar anderzijds betalen we graag wat meer voor de voordelen en betaalt het wonen in de stad zichzelf terug. Zo kunnen we bijna alles te voet of met de fiets doen en hebben we dus maar één wagen nodig. Ook over pendelen hoeven we ons geen zorgen te maken.’
Wonen in de stad heeft zijn prijs. Heeft het ook voordelen?
Bron: Het Nieuwsblad
Een Belg die met een spelprogramma een nieuwe woning won, zit in zak en as. De vrijgevige bouwfirma is op de fles gegaan.
‘Met wat ik nu weet, was ik tijdens het spelprogramma liever als tweede of derde geëindigd’, vertelt David Stilmant (32). ‘Dan had ik tenminste nog voor 3.000 euro aan materiaal in de Brico mogen kopen.’
De man uit het Waalse Marcinelle won in 2006 de finale van het RTBF-programma Een baksteen in de maag nadat hij enkele klussen tot een goed einde had gebracht. ‘De eerste prijs was een nieuwbouwwoning die 125.000 euro mocht kosten’, aldus David.
Nog tijdens de uitzending kreeg hij van de directeur van bouwfirma Delta Concept een cheque van 125.000 euro overhandigd. ‘Mijn geluk kon niet op.’ David blies meteen de renovatieplannen van zijn toenmalige woonst af. ‘Want het was altijd mijn droom geweest om zelf een huis te kunnen zetten.’
Maar drie jaar later blijft van die droom niks over, behalve dan een forse stapel facturen. ‘Ik heb een stuk bouwgrond gekocht en allerhande kosten gemaakt om te mogen bouwen. Maar die investeringen zijn zinloos geworden nu het bedrijf failliet is verklaard. De eerste steen moest nog worden gelegd.’
De grootste teleurstelling voor David, zijn vrouw en hun twee kinderen is dat het gezin zo hard naar het nieuwe huis uitkeek. ‘De schetsen en plannen hangen al maanden in onze living te pronken. De kleintjes hebben zelfs mee nagedacht over de inrichting.’ David Stilmant toont de bouwplannen van wat een moderne en frisse, vrijstaande woning moest worden.
Hij vermoedde al een tijdje dat de firma met problemen kampte. ‘Ik moest altijd zelf bellen en aan de kar sleuren.’
Bij de RTBF wordt de gang van zaken ‘diep betreurd’. Maar hen valt niets te verwijten, klinkt het. ‘David was een verdiende winnaar van het spelprogramma. Maar in het spelreglement staat duidelijk vermeld dat in het geval van een faillissement van de sponsor, zijn prijs niet door iets anders wordt vervangen’, aldus producent Frédéric Ledoux.
Nog volgens de RTBF wees niets erop dat de bouwfirma op het moment van de uitzending in slechte papieren zat. ‘De firma had zelfs een kwaliteitszegel die door de sector wordt uitgereikt.’
David gaat nu zijn stuk grond proberen te verkopen en de oude renovatieplannen vanonder het stof halen. ‘Mijn gratis droomhuis zal mij uiteindelijk vooral geld hebben gekost. Dan win je eens een droomhuis, blijkt het een luchtkasteel.’
Bron: Het Nieuwsblad
Wonen hoeft niet peperduur te zijn. Of je nu een eerste woning koopt, een buitenverblijf of een investeringseigendom, er bestaan mogelijkheden om een aankoop betaalbaar te houden. We zetten er vijf op een rij.
1. LIJFRENTE
Geschikt voor: investeerders ‘Een woning kopen op lijfrente is in feite een gok’, legt Eric Spruyt uit. Hij is notaris in Brussel, docent aan de Hogeschool Universiteit Brussel en woordvoerder van de Koninklijke Federatie van het Belgische Notariaat.
Het principe van lijfrente is dat een oudere persoon die een groter inkomen zoekt, zijn huis verkoopt voor een jaarlijkse som. De verkoper blijft in het huis wonen als hij dat wil. De betalingen stoppen bij het overlijden van de verkoper.
‘Het voordeel voor de koper is dat hij niet ineens een groot bedrag moet neertellen’, zegt Eric Spruyt. ‘Maar of hij uiteindelijk meer of minder dan de waarde van het huis betaalt, hangt af van hoe lang de verkoper nog leeft. En dat kan tegenvallen. Zo verkocht de Franse Jeanne Calment haar huis op lijfrente aan een notaris toen ze 90 was. Ze brak het wereldrecord en werd 122 jaar oud. Ze overleefde zelfs de notaris. Diens erfgenamen betaalden nog jaren voor haar kleine huisje. Het is mogelijk om een maximale termijn op erfpacht te plakken, maar dat wil de verkoper meestal niet, omdat die zich net voor de rest van zijn leven financieel gerust wil voelen.’
2. ERFPACHT
Geschikt voor: eigen woning ‘Erfpacht begint in België meer en meer door te dringen, vooral in de grootsteden’, zegt Eric Spruyt. ‘In plaats van een echte verkoop, sluit je een lang huurcontract af. Dat geldt minstens voor 27 en hoogstens voor 99jaar. De grond blijft eigendom van de verkoper. Na afloop van de erfpacht gaat ook het gebouw opnieuw naar de verkoper. Het voordeel is dat de erfpachter de grond niet mee koopt, en dus aanzienlijk minder betaalt. Het nadeel is dat het gebouw na afloop van de afgesproken termijn opnieuw uit zijn vermogen verdwijnt.’
Een geschikte formule voor wie goedkoper aan een woning wil raken, maar niet voor wie voor zijn erfgenamen wil zorgen. ‘Ik zag wel investeerders die op erfpacht kochten’, vertelt Spruyt. ‘Doordat ze minder betalen voor het gebouw, kunnen ze winst maken op de huur.’
3. VRUCHTGEBRUIK
Geschikt voor: woning/werk van zelfstandigen ‘Vruchtgebruik wordt meestal gebruikt door een bedrijfsleider die spelletjes speelt met zijn eigen bvba’, legt Spruyt uit. ‘Persoonlijk is hij blote eigenaar van de woning. Zijn bvba koopt het vruchtgebruik van een deel van de woning. Zo kan de zelfstandige de kosten van het vruchtgebruik aftrekken van zijn belastingen. Het gaat dus in feite om een fiscale truc van zelfstandigen. Via vruchtgebruik koop je niet goedkoper, maar het is fiscaal interessant. Volgens een recente beslissing van de rulingcommissie om gesjoemel tegen te gaan, moet het vruchtgebruik minstens voor twintig jaar gelden en moet minstens de helft van de woning voor het werk worden gebruikt.’
4. MAATSCHAP
Geschikt voor: investeerders, zeker voor buitenverblijf Het idee van een investeringsvennootschap of een maatschap is dat een aantal mensen samen een eigendom kopen. Ze delen de kosten, maar dus ook de voordelen. Het kan een nuttige aanpak zijn voor een buitenverblijf. De ene mag er bijvoorbeeld in juli logeren, de andere in augustus.
‘Die aanpak is verwant aan het idee van timesharing, wat in België nog niet erg goed doordringt. In ons land bestaat er echter nog geen wettelijk kader voor’, legt Eric Spruyt uit. ‘Zo’n plan kan makkelijk georganiseerd worden via een investeringsvennootschap (die inkomstenbelasting moet betalen) of een maatschap, een soort vennootschap die geen fiscaal vehikel vormt. Het heikele punt is, zo leert mijn ervaring, altijd de menselijke kant: de partners moeten goede afspraken maken en akkoord blijven gaan.’
5. DEEL VERHUREN
Geschikt voor: grotere woning Wie een grote woning wil, maar daarvoor het budget niet bijeengeharkt krijgt zonder een te zware leninglast, kan een deel van de woning verhuren.
‘Dat kan een oplossing zijn om soepel af te betalen’, beaamt Spruyt. ‘Wanneer je het later iets ruimer hebt of het huis is afbetaald, kun je de hele woning zelf inpalmen. Reken vooraf wel goed na of het verhaal leefbaar is, en calculeer daarbij genoeg marge in. Ook de bank doet dat voor ze een lening toekent. Maar als het goed zit, zie ik zelfs in deze tijden wel een bank instappen in zo’n plan.’
Bron: De Standaard
Een eigen woning is een droom van nagenoeg iedere Belg. Maar met enerzijds een slabakkende economie en een dalende koopkracht en anderzijds de torenhoge vastgoedkosten, lijkt die droom voor velen onbetaalbaar te worden. Wie durft afstappen van de klassieke paden en met de nodige creativiteit nieuwe concepten, technieken en materialen durft gebruiken, kan toch nog zijn of haar droomwoning realiseren.
Het is geen nieuw fenomeen: de vastgoedprijzen zijn voor heel wat gezinnen nagenoeg onbetaalbaar. De huurprijzen lieten een stijging van 30 procent optekenen, ook de prijzen voor de bouwgronden en woningen tikten het afgelopen jaar nog enkele procenten aan.
Wie een woning wil bouwen of verbouwen, is met andere woorden al een aardig deel van zijn budget kwijt voordat hij de eerste spadesteek kan zetten. Voor wie huurt in afwachting van de voltooiing van de eigen woonst, weegt zo’n project nog zwaarder.
De Vlaamse overheid heeft dit begrepen en wil met een herziening van het decreet op de ruimtelijke ordening de prijzen voor de bouwgronden enigszins stabiel houden. Het nieuwe decreet – dat in principe in 2009 in voege treedt – moedigt eigenaars van “slapende” bouwgronden aan deze op de markt te brengen. Wanneer dit na 2 jaar nog niet is gebeurd, zal ze sanctionerend optreden. Verder moeten overheden en publieke sectoren een actief grondbeleid gaan voeren met hun eigen gronden. Op de nog beschikbare gronden zal ook een bepaald percentage worden voorbehouden voor sociale woningen en betaalbare woningen.
Naast dit opmerkelijke initiatief van de Vlaamse overheid, bieden de verschillende gewestregeringen nog tal van financiële tegemoetkomingen. Een overzicht van de Vlaamse premies vindt u op www.premiezoeker.be.
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest stimuleert renovaties van woningen in bepaalde gebieden nog sterker om de leefbaarheid hier te bevorderen. Ook biedt het gewest een premie voor de renovatie van woningen ouder dan 30 jaar en voor gevelverfraaiing. Daarnaast kunnen energiebewuste Brusselaars ook een beroep doen op enkele energiepremies. Meer informatie en een overzicht van de premies vindt u op www.bruxelles.irisnet.be/nl/citoyens/home/logement/primes.shtml
De Waalse overheid tot slot biedt ook heel wat tegemoetkomingen. Opmerkelijk is de bouwpremie die een tegemoetkoming biedt wanneer de bouwheer een bestaande woning afbreekt om een nieuwbouw te realiseren of wanneer een woning wordt gebouwd of gekocht in een dorpskern. Bovendien biedt de Waalse overheid ook nog een isolatiepremie en de gratis verzekering tegen inkomensverlies. Een volledig beeld vindt u op www.wallonie.be/fr/citoyens/se-loger/construire/index.html.
Verken nieuwe paden
De kiem voor betaalbaar wonen ligt in het ontwerp. Bespreek duidelijk met je architect welke je budgettaire verwachtingen zijn en laat hem of haar de nodige ruimte om hier creatief mee om te gaan. Een misschien op het eerste gezicht minder sterk idee kan immers groeien tot het ei van Columbus.
Ontwerp in eerste instantie compact. De beperkte voetafdruk van de woning vraagt minder funderings-, gevel- of dakmaterialen,… Dat is een eerste besparing. Compact wonen betekent evenwel niet dat je klein moet wonen. Drie niveaus van 100 m² die optimaal worden benut, bieden nog een beschikbare oppervlakte van 300 m².
Het goed benutten van de beschikbare ruimte is een tweede stap. Welk nut heeft een grote kelder wanneer die niet volledig wordt benut? Overweeg zeker om op het ondergrondse niveau naast de nodige bergruimte ook de garage(s), wasplaats, technische ruimte en eventueel hobbyruimte onder te brengen. Dit zijn ruimtes waar de woonkwaliteit minder kwalitatief mag zijn. Wanneer je ze boven het maaiveld inplant, moet je ze immers afwerken met een gevelsteen of andere gevelbekleding. Die afwerking betaal je ook. Bovendien kan je zo de woning compacter houden of eventueel de leefruimte wat ruimer bemeten.
Ook leef- of slaapruimtes kunnen in het kelderniveau worden ondergebracht. Met een helling, vides of glazen plafond kan je daglicht naar het kelderniveau brengen om de leefkwaliteit hier te verbeteren.
Streef naar een flexibel concept
Durf afstappen van het klassieke woningplan met kamertjes voor de verschillende functies. Openheid tussen de leefruimtes kennen we al enkele jaren. Maar waarom niet doorheen heel de woning, zoals bij een loft? Het biedt de nodige flexibiliteit naar de inrichting én scheelt een slok op de borrel in de afwerkingskosten.
Wanneer je alleen of met z’n tweetjes bent, is die openheid geen probleem. Wanneer er gezinsuitbreiding komt en privacy belangrijker wordt, kan je alsnog aparte ruimtes voor de slaapkamers en badkamers creëren.
Hou je toch liever vast aan de klassieke indelingen, overweeg dan om de afwerkingskosten te spreiden. Wat is er mis met een goed afgewerkt ruwbouw waarin slechts een bepaalde zone afgewerkt is om te bewonen? Zolang het gezin beperkt is, kan je volstaan met één bewoonbare verdieping. Komen er eenmaal kinderen, kan je alsnog verder gaan afwerken. Onze ouders deden het 20 tot 30 jaren geleden ook al, waarom wij niet?
Sluit compromissen
Wees je in de materiaalkeuzes bewust van je financiële grenzen en spring daar creatief mee om. Door compromissen te sluiten, kan je bepaalde comfortoplossingen misschien wel integreren. Heb je bijvoorbeeld een zwak voor vloerverwarming? Ga er dan voor en compenseer de meerkost ten opzichte van radiatoren in de vloerkeuze. Een gepolierde betonvloer of een linoleum zijn prijsgunstig en mooi. Later kan je de vloerafwerking nog aanpassen.
Hanteer een zekere vooruitziendheid in alle beslissingen die je zo neemt. Misschien kan een warmtepomp vandaag budgettair niet, maar hou dan alle pistes open om ze over een tiental jaren wel te kunnen plaatsen. Werk nu al in de hele woning met warmtelichamen op een laag temperatuurregime – bijvoorbeeld vloerverwarming, wandverwarming – dan kan de verwarmingsketel op het einde van zijn leven alsnog worden vervangen door een warmtepomp.
Voor heel wat aspecten in het (ver)bouwproces kan je dergelijke denkoefeningen maken. Vaak vragen ze nauwelijks een grotere investering.
Innoveer in de ruwbouw
Wanneer je een beetje onderzoek doet naar de beschikbare technieken, kan je ook in de ruwbouwwerken heel wat euro’s in je zakken houden. Bouwen met industriële technieken en materialen kan een stuk goedkoper uitvallen wanneer de architect ze met kennis van zaken toepast. Een staalstructuur of houtskelet zijn daar genoegzaam bekende voorbeelden van. Ook de beperktere loonkost van deze technieken zijn een pluspunt.
Heel wat fabrikanten hebben hier al op doorgedacht. Zo kunnen vandaag delen van wanden in snelbouwsteen als panelen op de werf worden aangeleverd, of kunnen zelfs kant-en-klare wanden in de fabriek worden vervaardigd. Het volstaat ze te monteren op de werf om een voltooide ruwbouw te krijgen.
Wie liever de klassieke werkwijze aanhangt, kan besparen door te opteren voor het verlijmen van de binnenwanden. Een ervaren aannemer haalt op deze manier immers een hoger rendement en kan je zo een lagere factuur presenteren.
Investeer in energiebesparing
De grootste besparing die je kan maken in je bouwproject is de investering in energiebesparende maatregelen. Het uitgangspunt voor zulke besparingen is isoleren. Beperk je in het isolatiepeil niet tot wat de wet oplegt, maar kijk vooruit naar een strenger E-peil. In Vlaanderen ligt die vanaf 2010 op E80.
In Wallonië moet het E-peil van de woning sinds 1 januari van dit jaar ook E100 bedragen. De K-waarde moet K45 bedragen. Na verloop van tijd zal Wallonië zijn normen ongetwijfeld ook verstrengen.
Brussel legde de lat van bij het begin al hoger dan Wallonië en Vlaanderen. Hier geldt sinds september 2008 een maximale K-waarde 40 en een maximaal E-peil 70.
Ook in de technieken kan je verder gaan dan het gangbare. Zo kan je bijvoorbeeld kiezen voor een warmtepomp voor de productie van warm water, of opteren voor fotovoltaïsche zonnepanelen om een deel van je elektriciteit of een zonneboiler om je warm water zelf aan te maken.
Ook wanneer je renoveert
In een verbouwingsproject zijn er drie kernpunten die aandacht verdienen om energie te besparen: een goede dakisolatie, isolerende beglazing en een hoogrendementsketel. Het dak verdient de grootste zorg, het is immers een belangrijke verliespost van warmte en dient bovendien het eerste te worden aangepakt in een renovatieproject. Wanneer de woning nog enkele beglazing heeft, valt het sterk aan te raden deze te vervangen door een superisolerende beglazing. De federale overheid biedt hier overigens een belastingvoordeel voor.
Naast het optimaal in de woning houden van de warmte via deze twee maatregelen, maak je deze warmte best ook zo energiezuinig mogelijk aan. Dat kan op een economische manier met een hoogrendementsketel.
Wil je nog verder gaan in je energiebesparing, dan kan je bijvoorbeeld radiatorfolie gaan plaatsen achter radiatoren tegen niet-geïsoleerde buitenmuren of de warmwaterleidingen in opbouw isoleren. De kers op de taart kan een warmtepomp, zonneboiler of fotovoltaïsche zonnepanelen zijn. Deze technieken zijn wel pas interessant wanneer eerst gezorgd is voor een goede isolatie van de woning.
Bron: Batibouw
Natuurlijk willen we betaalbaar wonen, maar daarnaast is er een groep consumenten voor wie het allemaal een beetje meer mag zijn. De zogenaamde medioren of pre-senioren willen in hun huis vooral comfortabel leven, en daarvoor investeren ze graag wat meer. Een vleugje luxe is in hun interieur bovendien nooit ver weg. Na een werkdag vol stress wordt hun huis op die manier een veilige haven en een oord van pure rust.
Mokka’s worden ze wel eens genoemd, Mondige Ouderen die KapitaalKrachtig en Actief zijn. Het is de generatie van de babyboomers en veertigers, levensgenieters die nog jong van hart zijn en graag investeren in hun huis. Vaak bouwen of verbouwen ze al voor een tweede of zelfs derde maal, en deze keer willen ze hun droomhuis realiseren. Daarbij wordt er niet op een euro meer of minder gekeken. Comfortabel leven is voor hen immers een investering, en bovenal willen deze bewoners van hun huis een echte thuis maken. Ze leiden een actief en gevuld leven, en hun huis wordt een tegengewicht van de stress in het dagelijkse leven. Comfortabel leven is voor hen een must geworden, omdat ze belang hechten aan evenwicht en een goede gezondheid. Wat vroeger beschouwd zou worden als een overbodige luxe, zien ze nu als puur comfort. Een voorbeeld daarvan is de populariteit van domotica bij de babyboomers. Je zou verwachten dat technische snufjes en computersystemen vooral bij de jonge generatie in de smaak vallen, maar niets is minder waar. De babyboomers zijn immers de eerste generatie die zijn opgegroeid met technologie, en ze intergreren het dan ook gretig in hun huis. Luxe noemen ze het niet, want domotica komt in de eerste plaats de veiligheid en de toegankelijkheid van je huis ten goede. Ook in de keuken mag het wat meer zijn. Toestellen die tot voor kort nog enkel in de professionele keuken terug te vinden waren, vinden hun weg naar de particuliere markt. Een stoomoven is alledaags geworden, en is de perfecte aanvulling op het uitgebreide kookfornuis met oven. Espressomachines worden ingebouwd in de keuken, en ook voor een wijnklimaatkast is er ruimte voorzien. Dat deze consumenten kiezen voor comfort, mag niet verwonderen. De kinderen gaan stilaan het huis uit, en de ouders hebben weer wat ruimte voor zichzelf. Het huis wordt letterlijk weer hun huis, en daarin willen ze zich niet langer ergeren aan slecht werkende toestellen of verouderd comfort.
Wellness en design
Maar het is niet alleen de technische kant die het wonen voor hen comfortabel maakt. Ook op vlak van design zijn ze perfect op de hoogte. Met de hand gemaakte meubels, unieke designstukken en stijlvolle accessoires vinden hun plekje in hun vernieuwde of nieuwe woning. Individualiteit, creativiteit en kwaliteit zijn de sleutelwoorden, zolang ze uiteraard passen binnen het comfortabele wonen. Een mooi voorbeeld vinden we in de badkamer, die bij een tweede renovatie grondig gerenoveerd of volledig vernieuwd wordt. Niet zelden wordt die badkamer uitgebreid, en is er plaats voorzien voor bijvoorbeeld een sauna, whirlpool, regendouche, of simpelweg twee douches omdat dat nu eenmaal handiger is. Door volop wellness in de badkamer te introduceren, maken deze ouderen van hun huis een droomthuis, een oase van rust waar het prettig thuiskomen is na een lange werkdag. Ook in de rest van het huis wordt er trouwens meer aandacht dan ooit besteed aan de inrichting. Het kleurenpalet moet rust brengen en wordt samengesteld door een kleurenkenner, voor een onderbouwd lichtplan wordt een expert ingeschakeld. Ook home cinema’s vinden gretig aftrek, en maken dat het huis dé plek wordt om te relaxen.
De laatste jaren is er bovendien een duidelijke trend aan de gang waarbij de buitenkamer meer en meer betrokken wordt bij het huis. Er wordt een verwarmd en overdekt terras voorzien, het design van tuinmeubelen speelt een grote rol, en ook wellness wordt geïntroduceerd in de tuin. Buiten wordt met andere woorden ook een stukje binnen, en maakt deel uit van de leefomgeving die comfort en rust moet brengen.
Levenslang wonen
Sommigen voorspellen dat er zich binnenkort een clash zal voordoen tussen de zogenaamde babyboomers en hun kinderen. Die kinderen – die tegenwoordig maar al te goed beseffen dat ze langer zullen moeten werken dan hun ouders voor een schraal pensioen – zien met lede ogen aan hoe hun ouders de erfenis niet netjes op het spaarboekje houden, maar daarentegen opsouperen aan hun nieuwe woning of een grondige renovatie. Nochtans kan je die ouders met moeite egoïstisch noemen. Bij het inrichten van hun nieuwe woonst denken ze opvallend toekomstgericht. Niet alleen wordt er rekening gehouden met kinderen en kleinkinderen, er wordt ook werk gemaakt van levenslang wonen. Is de jongere generatie nog vooral bezig met betaalbaar wonen; deze generatie kijkt verder dan de neus lang is, en is bereid tal van aanpassingen en investeringen te doen om te zorgen dat ze zo lang mogelijk in hun huis kunnen blijven wonen, zonder dat ze een last worden voor anderen.
Voor architecten en bedrijven zijn de mokka’s een nieuwe doelgroep. Een doelgroep die veeleisend is, smaak heeft en precies weet wat ze wil, maar daarnaast ook bereid is ver te gaan in hun investeringen om hun ultieme woning te bereiken, de luxe niet schuwt, en open staat voor de nieuwste technologieën en ontwikkelingen. Het is een generatie die comfort en luxe wil verenigen in hun projecten, en daar duidelijk ook de financiële mogelijkheid toe heeft.
Bron: Batibouw