Bijna een kwart van de huurders (23 procent) is van plan binnen de komende 12 maanden te verhuizen. Hiervan heeft 40 procent de voorkeur voor een koopwoning. Dit betekent dat ongeveer 260.000 van de in totaal 2,8 miljoen huurders in Nederland op zoek zijn naar een koopwoning.
Dit blijkt uit een onderzoek dat in opdracht van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) door Maurice de Hond (Peil.nl) is uitgevoerd naar de woonvoorkeuren.
Van de huurders die in een huurwoning van een woningcorporatie wonen, zou 10 procent de huidige huurwoning willen kopen. Dit betekent dat ongeveer 220.000 van de in totaal 2,2 miljoen huurders van woningen van woningcorporaties bereid zouden zijn hun huurwoning te kopen.
Het merendeel van deze potentiële kopers (87 procent) zou het redelijk vinden als de woningcorporatie de woning voor 80 procent van de marktwaarde of minder te koop zou aanbieden.
“De uitkomsten van het onderzoek ondersteunen de intentie van het kabinet om meer huurwoningen tegen een redelijke prijs om te zetten in koopwoningen”, stelt Karel Schiffer, algemeen directeur van de Nationale Hypotheek Garantie. “Uit dit onderzoek blijkt dat bijna een half miljoen huurders liever een koopwoning hebben dan een huurwoning. Tegen de achtergrond van de onevenwichtigheden op de woningmarkt kan dit alleen worden gerealiseerd door intensivering van de verkoop van huurwoningen.”
Momenteel heeft 59 procent van de huishoudens in Nederland een eigen woning. Vermeerderd met de koopvoorkeur van huurders zou de totale behoefte aan koopwoningen ongeveer 65 procent van de totale woningvoorraad zijn. Dat is exclusief starters die voor het eerst een stap op de woningmarkt willen zetten.
Bron: NVM
Huizenkopers woonden als kind vaker in een koop- dan in een huurwoning. Dit komt naar voren uit onderzoek van Annika Smits, die hierop binnenkort promoveert aan de Universiteit van Amsterdam. De promovenda onderzocht de woonlocaties en woonkwaliteit van volwassen kinderen in Nederland. Hiervoor bracht ze de woonkwaliteit en -locaties van de kinderen in verband met die van de ouders. De kans op een eerste koopwoning blijkt groter voor kinderen die opgroeiden in een koophuis dan voor kinderen van wie de ouders een woning huurden. Daarnaast blijkt dat de woz-waarde van de woningen van de kinderen hoger is naarmate die van hun ouders ook hoger is. Volgens Smits komt dit doordat ouders onder meer spaargeld gebruiken om hun kind aan een betere woonkwaliteit te helpen.
`Een gevolg is dat bestaande ongelijkheden op de woningmarkt worden doorgegeven aan toekomstige generaties`, zegt Smits. Verder blijkt dat bij een inkomensdaling en/of een echtscheiding met name mannen vaker weer bij hun ouders gaan wonen.
Bron: De Telegraaf
Een op de drie starters op de woningmarkt kiest voor een koopwoning. Steeds vaker wordt een eengezinswoning betrokken.
Dat blijkt uit het Woononderzoek Nederland 2009 van het ministerie van Sociale Zaken en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Starters kiezen in 20 procent van de gevallen voor eengezinskoopwoningen. In 2001 was dat aandeel nog 15 procent. Van de kopers die een woning achterlaten koopt 58 procent een woning en verhuisd 27 procent naar een huurappartement. Het prijsverschil tussen de nieuwe en oude koopwoning is gemiddeld 50.000 euro. Een kwart van de huishoudens wil binnen twee jaar verhuizen. Dit aandeel is vergeleken met 2006 gelijkgebleven. De animo om binnen een half jaar te verhuizen is wel sterk gedaald. Wilden in 2006 nog 400.000 huishoudens nog verhuizen, in 2009 is dat aantal gedaald naar 340.000.
Uitstelgedrag
Ondanks de crisis lijkt de totale koopvraag nagenoeg gelijk gebleven, aldus het onderzoek. Het ministerie en het CBS spreken liever niet van kopersstaking maar van uitstelgedrag. De wil om een woning te kopen is immers net zo groot als drie jaar geleden, alleen kan men de stap niet maken omdat financiering moeilijker te verkrijgen is, of durft men niet een huis te kopen voordat het oude verkocht is. Het Woononderzoek voorziet dat de komende tijd een rem op de woningmarkt zal blijven zitten. “We hebben de financiële crisis dan wel goeddeels gehad. Maar op dit moment zien we mogelijk een werkgelegenheidscrisis aankomen.” Salarissen en lonen zullen onder druk komen en daarmee de koopkracht. Gevolg is een inkomenscrisis. “Dit betekent dat er ook vanuit de inkomens een zekere rem zal zijn en blijven op de woningmarkt.” Nederland telt ruim 4 miljoen koopwoningen, 59 procent van alle woningen. De laatste 20 jaar zijn er 1,5 miljoen koopwoningen bijgekomen. Het aantal huurwoningen neemt sinds 1990 af. Nederland telt ongeveer 2,9 miljoen huurwoningen.
De Nederlandse huizenmarkt krabbelt op. In het laatste kwartaal van vorig jaar daalde de prijs van een gemiddelde koopwoning minder hard dan in voorgaande kwartalen. Dit blijkt uit voorlopige cijfers die de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) donderdag presenteerde.
De huizenprijs zakte met 2 procent ten opzichte van het vierde kwartaal van 2008. In het derde kwartaal bedroeg de afname nog 4,9 procent, in het tweede kwartaal ging het om 5,6 procent.
Stijging
Ten opzichte van het derde kwartaal steeg de prijs van een gemiddelde woning zelfs, met 0,4 procent tot 228.000 euro. Ook werden er bijna 5 procent meer huizen verkocht door makelaars.
De NVM hield voor 2009 gezien het barre economische klimaat rekening met een prijsdaling van 5 procent.
De afgelopen maanden sijpelden al berichten naar buiten dat de markt verbeterde. Dit was deels te danken aan een verhoging van de Nationale Hypotheek Garantie. Meer mensen durfden daardoor een huis te kopen.
Waarschuwing
Toch waarschuwt voorzitter Ger Hukker voor al te veel optimisme. Hij wijst erop dat de huizenmarkt nog lang niet terug is op het niveau van 2008, toen in totaal 182.000 woningen werden verkocht.
Afgelopen jaar waren het er 125.000. In het tweede kwartaal van 2006 werd een hoogtepunt bereikt met 215.000 verkochte woningen op jaarbasis.
Momenteel staan nog 175.000 woningen te koop, waarvan bijna 30 procent langer dan een jaar. Vooral appartementen lagen het afgelopen kwartaal goed in de markt. Ook werden er wat meer duurdere woningen verkocht.
Verschillen
De regionale verschillen zijn echter groot. In de omgeving van Almere zakten de huizenprijzen door een groot verschil tussen vraag en aanbod gemiddeld met bijna 10 procent in vergelijking met het vierde kwartaal van 2008. In de regio Eindhoven bedroeg de daling ruim 7 procent. In Den Haag, Rotterdam en Amsterdam bleven de prijzen juist overeind.
De NVM verwacht dat de prijzen dit jaar stabiliseren. Het aantal verkochte huizen stijgt met 15 procent tot ongeveer 140.000, denkt de grootste makelaarsorganisatie van Nederland.
Bron: ANP
De meeste Nederlanders verwachten dat de huizenprijzen komend jaar minimaal gelijk blijven en mogelijk zelfs stijgen. Dat komt naar voren uit een onderzoek in opdracht van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG).
“Een trendbreuk”, noemt NHG-directeur Karel Schiffer het. “Vorig jaar verwachtte twee derde dat de prijzen zouden dalen, nu is dat precies omgekeerd.” Opvallend is de gegroeide voorkeur voor een koopwoning. Daar gaat nu de belangstelling naar uit bij 40 procent van de ondervraagden met een verhuisintentie. Vorig jaar gold dit slechts voor 28 procent. De toename komt voor rekening van de huurders, die vermoedelijk tot de conclusie zijn gekomen dat ze op de koopwoningmarkt meer kans van slagen hebben. Het percentage huishoudens dat gewag maakt van verhuisplannen is met 19 procent gelijk gebleven. De discussie over de hypotheekrenteaftrek blijkt de twijfels over het kopen van een huis nu reeds flink aan te jagen. Van degenen die antwoordden niet te willen kopen, gaf 40 procent als reden op de onzekerheid over het voortbestaan van de regeling. Schiffer heeft er wel een verklaring voor. Hij noemt als oorzaak de haarscheuren die er zitten in het uitgangspunt van het kabinet dat er niet aan de hypotheekrente zal worden getornd en het werk van de commissies die bezuinigingsmogelijkheden onderzoeken waarbij “nergens meer een taboe op rust”. Rationeel is de vrees niet, onderkent hij. “U en ik weten dat aan eenmaal afgesloten contracten niet meer zal worden getornd.”
Bron: Cobouw